God horen in de stilte. 1 Koningen 19

In het arme zuiden van de Amerika leefde een moeder. Haar man was nooit thuis en ze moest nu hard werken om de kinderen te  eten te kunnen geven.  De mensen waren daar niet rijk, maar zeker de donkere mensen, werden gediscrimineerd en hadden de zwaarste baantjes. De moeder van  deze jongens was wasvrouw. Ze deed de was voor andere mensen, die wat rijker waren. Op een dag gebeurde het dat de moeder zo druk aan het werk was, dat ze niet in de gaten had dat de jongens met de wastobbe, een  soort grote emmer,  aan het spelen waren. En het jongste broertje liep gek te doen en stond te springen en te spelen, maar opeens verloor  hij zijn evenwicht en viel achterover in de wastobbe. Zijn broer stond te kijken. Hij dacht dat het een spelletje was,  maar toen het een paar minuten duurde werd hij bang. Hij verstijfde en bleef maar kijken. Hij wist niet wat hij moest doen. Totdat ineens de  moeder omkeek. En ze schrok en ze kwam aanrennen en ze zag wat er gebeurd was. Het jongste broertje was in de wastobbe, in een  laagje water van maar een paar centimeter diep verdronken. De jongen voelde zich schuldig. Waarom had hij niets gedaan? Waarom had hij niet gezien wat er aan de hand was en waarom  had hij zich niet kunnen bewegen? Nu groeide de jongen alleen met zijn moeder op. Hij moest nog vaak denken aan het gebeuren. Maar na een aantal jaren gebeurde er iets  opmerkelijks. Het jongetje kreeg zere ogen en steeds vaker merkte hij dat hij de dingen niet goed kon zien. Eerst dacht zijn moeder dat  hij een bril nodig had, maar toen ook dat niet hielp gingen ze naar de dokter; en die zij dat de jongen steeds slechter zou gaan zien en  na verloop van tijd blind zou worden. Je kunt wel begrijpen dat de moeder goed voor hem wilde zorgen. En dat ze hem steeds wilde helpen en hem geen moment van de dag  alleen zou laten. En zo deed ze het ook. Maar nadat ze dat een tijdje had gedaan, ging ze zich ook zorgen maken. Wat als ik er nu niet meer ben? Wat als hij er straks alleen voor staat? Wie gaat hem dan helpen?

Op een dag kwam de jongen thuis. Hij was nu helemaal blind geworden. En hij struikelde en viel en met grote tranen riep hij om zijn moeder. De moeder  stond achter in de kamer, maar ze antwoordde niet. En hij riep nog eens,  Mama, waar ben je nou? Maar de moeder hield zich muisstil en ze  hield haar adem in. Nu besefte hij dat hij er alleen voor stond. Hij spitste zijn oren. Hij hoorde het rumoer van de straat, het geluid van de ketel die stond te koken op het fornuis, zelfs de ritseling van een kakkerlak die over de vloer kroop. En door het donker vond hij op de tast de weg naar zijn moeder, die nog steeds niets zei, maar hij was nu zo dichtbij, dat hij haar hart kon horen bonzen. Vanaf dat moment wist de jongen dat hij zou moeten leren om zijn eigen weg te vinden. Leren om als je een trap op loopt de treden tellen, zodat je een volgende keer makkelijk de trap op en af kunt. Om stappen tellen als je naar de bushalte loopt, de geluiden te onthouden die je onderweg hoort. En de jongen merkt dat hij een goed gehoor had  voor muziek en hij leert piano  spelen. Hij leerde om muziek in braille te lezen en te schrijven. Hij leerde hij orgel, saxofoon, klarinet en trompet. Toen hij 15 was overleed ook zijn moeder, maar hij had geleerd om op eigen benen te staan. En juist door zijn muziek kon hij zichzelf redden en werd hij erg succesvol. En in 2004 overleed Ray Charles, als een van de  grootste muzikanten van zijn tijd.

Het belangrijkste moment in zijn leven was toen zijn moeder haar adem inhield en niets van zich liet horen. Maar deed ze dat omdat ze  niet van hem hield, of geen tijd voor hem had? Nee dat deed ze uit liefde. En zo is het soms ook met God. Vaak denken we dat we hem  niet zien, of dat hij niet naar ons wil luisteren. Maar als je dan terug denkt aan het verhaal, kan het ook zo zijn, dat hij zich stil houdt en als we dan zelf ook stil worden en anders gaan leren horen, kunnen we zijn hart horen kloppen.

De profeet Elia heeft juist een hoogtepunt in zijn loopbaan bereikt. Op de berg Karmel was het tot een confrontatie gekomen met zijn aartsvijand, koningin Izebel. Die had een hele stoet aan goden het land ingebracht. Zij had in het hele land tempels gebouwd, en had een machtige groep aan priesters om haar heen verzameld en zij had maar één doel. De dienst aan de God van Israël uitroeien en van Israël een land maken als alle andere. Weg met God en welkom aan de nieuwe tijd.

Op de berg Karmel was dat uitgelopen op een confrontatie. En Elia had de priesters uitgedaagd om te bewijzen dat hun Goden echt waren, of dat de God van Israël de enige ware God is. En God had hem niet in de steek gelaten. In donder en bliksem, storm en regen had de stem van God gesproken. En toen het offer dat Elia had klaargezet door de bliksem werd getroffen en zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam in vuur opging, kon iedereen het zien en horen en voelen dat God er was. Geen twijfel mogelijk. Zo zouden wij ook wel willen geloven. Geen twijfel, geen stilte, maar een duidelijk teken van God. Een ervaring waar hij nog jaren op zou kunnen teren, zouden we denken. Als je zo’n duidelijk bewijs hebt gekregen, kan je geloof niet meer stuk.

Maar als we kijken wat er gebeurt, loopt het toch heel anders. Vrijwel meteen daarna, wordt hij bang voor koningin Izebel, vlucht hij naar de woestijn, en valt daar uitgeput neer. Geen overwinningsroes, geen kracht meer om verder te gaan. Elia heeft een burn out en hij ziet geen hand meer voor ogen. “Het is genoeg geweest zegt hij en hij verlangt naar de dood. Ik noemde het al even een burn-out. En dat is natuurlijk een woord dat Elia zelf niet gekend heeft. Maar de ervaring is zo herkenbaar ook voor veel mensen vandaag de dag. Je werk kan alles van je vragen, je zet je in voor je gezin, de kerk je maakt het de mensen om je heen zoveel mogelijk naar de zin. En voor het oog gaat alles goed. Maar niemand ziet wat er van binnen gaande is en dat je op een gegeven moment niet meer kunt. De batterij is leeg, het licht gaat uit. Je kunt de weg niet meer vinden.

En wat doet dat met je geloof? Kun je daar dan ook niet ontzettend in teleurgesteld zijn. Want dat geloven je geen succes en welvaart oplevert, dat wisten we wel, maar juist in het geloof — denk je dan — mag je toch iets van zin en troost ervaren. En als dat dan ook niet meer gebeurt, als de hemel gesloten lijkt, wat heeft het dan nog voor zin om te geloven?

Net als Elia kun je op dat punt komen, dat je alleen nog maar wilt blijven liggen en dat je het niet meer ziet zitten. En dan is er toch een moment dat er iemand naar je toekomt. Je moet weer verder. En het begint met de zorg om het lichaam en het dagelijkse eten. In het verhaal is er een engel die Elia te eten geeft. Maar daarmee is hij nog niet genezen. Daar is een langer proces voor nodig. De engel leidt hem naar de woestijn. Een retraite zouden we zeggen. Tijd om afstand te nemen van de dingen en opnieuw te ontdekken wat je leven de moeite waard maakt. We lezen niets over zijn geloof in die dagen. Misschien is hij alleen maar met zichzelf bezig. Met zijn eigen vragen en problemen. Zijn relatie met God staat op een laag pitje. Maar na veertig dagen komt daar verandering in.

En als hij dan bij de berg Horeb is komt God tot hem. Elia is dan in een grot. Een plek van duisternis. En hij staat op en zoekt voetje voor voetje de weg naar het licht. En dan merkt hij dat God er nog steeds is. Maar het is alsof hij God opnieuw moet leren kennen. Na al die jaren van geloven en werken voor God, moet hij als het ware opnieuw ontdekken wie God is. Het lijkt wel of God Elia de tijd geeft en zelf laat kiezen wie God nu voor hem is. Eerst laat hij zich horen in een storm. Maar Elia zegt ‘nee’. Dit is God niet. Dan laat God de aarde scheuren zodat horen en zien je vergaat. Maar Elia zegt ‘nee’. Ook daarin is God niet te horen. En dan als laatste wordt het stil en nauwelijks hoorbaar klinkt er een zacht suizen. Een weldadige stilte. En dat heeft Elia nodig. Daarin herkent hij God, daarin komt God dichtbij.

En nu spreekt Elia vrijuit tot God. Al zijn nood legt hij voor hem neer. Zijn levenswerk van vele jaren, het zegt me niets meer. Ik heb alles gegeven, maar nu ben ik alleen overgebleven. Als ik de balans van zijn leven opmaakt, staat er een nul onder de streep. Met niets begonnen. Een heel leven gewerkt en gepredikt — en uiteindelijk met niets geëindigd. Vreemd. Juist nu hij die ontmoeting met God heeft in de suizende stilte, kan hij dat blijkbaar accepteren. En hij wordt niet opgepept door God, om toch maar weer door te gaan. Nee, het is goed zo. Hij mag het loslaten. De laatste opdracht die God voor hem  heeft is om zijn opvolger aan te wijzen. Een nieuwe koning en een nieuwe profeet. En Elia mag met pensioen.

Wat een opmerkelijk einde. Die Elia kon niet meer. En God laat hem alle registers nog eens horen. Hij haalt hem uit die donkere grot. Hij laat de aarde opensplijten en de storm opsteken. En er waren momenten geweest in zijn leven dat hij daardoor weer vol vuur zou raken en weer verder kon. Maar nu niet meer. Nu wordt alles stil en in de stilte komt hij dichter bij God dan hij ooit geweest is. God geeft hem te kennen dat hij gemist kan worden.

Als je het gevoel hebt dat alles op jouw schouders ligt. Dat je er alleen voor staat, kan het een lange weg zijn om te ontdekken dat niet zo is. Er zijn andere mensen om het stokje over te nemen. Maar op een dieper niveau blijkt het vaak zo te zijn dat wij zelf de dingen niet kunnen loslaten. In de stilte vindt Elia de kracht om los te laten. God heeft hem niet nodig. God heeft jou niet nodig. Hij houdt de hele wereld in zijn hand en die last van ons kan hij er ook nog wel bij hebben.

Als we zo naar ons leven kijken kunnen we verder. Zoals het jongetje in het verhaal moest leren om stil te worden en in de stilte het hart van zijn moeder te horen kloppen. Zo moeten wij ook stil worden. Voorbij de storm en de onrust, voorbij alles wat ons benauwt. Voorbij de dingen die in ons leven zijn gebeurd en waar we geen antwoord op hebben. Alles stil laten worden alles loslaten en God opnieuw vinden. Op de tast, op het gehoor, in het zachte suizen van de wind. Het vergt kracht om je eigen beperkingen te accepteren, de langste weg is de weg naar binnen. Maar als we die weg inslaan, mogen we ook weten dat God op een verrassende manier toch dichtbij kan komen. En dat hij je telkens opnieuw wil ontmoeten.

ontwikkeld door Accent Interactive