De opwekking van Lazarus.

Jezus is in Perea, als het bericht hem bereikt dat Lazarus ziek is. Perea is over de Jordaan en Jezus moet Jordaan oversteken om naar Bethanië bij Jeruzalem te gaan. Op deze zondag is dat de grens die we over gaan. Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar staan we stil bij de eindigheid, de sterfelijkheid en volgende week de verwachting van Advent. Voor de discipelen lijkt het de omgekeerde beweging. Ze zijn redelijk zeker van hun zaak en vrezen dat ze door de grens over te gaan ze alles op het spel zetten. Liever houden ze vast aan de verworven zekerheden van het moment, dan dat ze Jezus zullen volgen op zijn weg.

In het verhaal laat Jezus  als het ware de spanning oplopen. Wanneer hem het bericht bereikt van Lazarus’ ziekte, gaat hij niet zo snel hij kan naar de plek des onheils.  Deze ziekte is niet tot de dood zegt hij. Hij wacht twee dagen en je zou kunnen zeggen, nu is de situatie alleen maar verergerd. Pas dan gaat Jezus naar Bethanië toe.  En inderdaad, op het moment dat Jezus met zijn discipelen naar Judea vertrekt zegt Jezus: Lazarus onze vriend is ingeslapen.

Hier wordt de naam van Lazarus genoemd. Maar het  verhaal verbreedt zich naar alle mensen. Hij zegt niet: Nu gaan we naar Lazarus toe, hij zegt: we gaan naar Judea toe. Het is  hem om de mensen te doen.  Het gaat om Judea, de Joden en in hen zijn ook wij begrepen. Het gaat niet om Lazarus het gaat om  zijn volk. Het gaat niet om Bethanië, het gaat om Jeruzalem. In Lazarus zijn alle mensen begrepen.

Dat is de werkelijkheid waar Jezus zich in mengt. Een man Lazarus, in de kracht van zijn leven, zonder duidelijke oorzaak overleden. Jezus gaat willens en wetens de confrontatie met de dood aan. Daarvoor moet hij de Jordaan over. Alles wijst  op zijn doop, zijn dood, zijn ondergang. En vreemd genoeg is het alleen Thomas die dat doorheeft. Thomas die wij vooral kennen als de twijfelaar is hier degene die het beste doorziet waar Jezus’ leven op uit zal lopen. Als Jezus nu naar Judea,  naar Jeruzalem gaat, dan komt hij weer in het vizier van de leiders van het volk en zou alles wel eens helemaal verkeerd  kunnen gaan. En of het cynisch of oprecht bedoeld is: Laten we met hem mee gaan en met hem sterven. Als Jezus in Bethanië aankomt wachten hem emotionele momenten: met Maria en Martha. Beiden ontmoeten hem met de woorden: Als  u hier geweest was, was Lazarus niet gestorven. Waar Jezus is kan de dood niet zijn. Wij lezen nergens in de bijbel dat er  iemand sterft in de nabijheid van Jezus. Dat is wat Martha en Maria beseffen. Als u hier geweest was, was Lazarus niet  gestorven.
Deze woorden raken een gevoelige snaar. Als God werkelijk een God van liefde is: waarom is dit dan gebeurd, waarom  een geliefde verliezen en waarom een jonge man met kanker op het sterfbed? Eigenlijk leidt deze verlegenheid de climax van het verhaal in. En ook hier weer een onverwachte hoofdrol. Het is Martha – niet Maria die het volhardende geloof gestalte geeft.  Martha en Jezus samen: Zij vestigt haar oog op Jezus en tot twee keer toe geeft zij aan dat zij in vertwijfeling is. Tussen wat zij weet en wat zij ziet.  Ik weet zegt zij: Dat ook nu God u zal geven wat gij begeert. Ja dat weet zij. En Jezus geeft haar daar in gelijk: uw broeder  zal opstaan!

Martha laat opnieuw merken dat haar wereldbeeld nog wel overeind staat, maar dat haar geloof bezwijkt: Ik weet dat hij zal  opstaan op de jongste dag. Zij was een vrome, Joodse gelovige, die geloofde in de wederopstanding der doden. Maar, de dood van  Lazarus was onomkeerbaar. Dan antwoord Jezus haar opnieuw: Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven.  Het weten van Martha, zo leg ik Jezus’ woorden uit, moet plaats maken voor geloof.  En voor het eerst klinkt dan ook de geloofsbelijdenis van Martha: `Ja heer ik heb geloofd dat gij zijt de Christus, de zoon van God die in de wereld komen zou. ‘ Dat is de beweging die in de tekst zit. Jezus ontmoet niet alleen ziekte en dood. Hij ontmoet ook mensen die hierdoor in verwarring raken, niet meer weten waar zij het zoeken moeten.

Even later is ook Maria, de andere zus van Lazarus ter plaatse. En dan staat er voor de tweede keer dat Jezus verbolgen is. De dood van Lazarus — en daarmee ook de dood van elk mensenkind — laat hem niet onberoerd. het gaat zelfs zover dat Jezus weent. Nu staat alles onder hoogspanning. Deze man — van wie Martha net nog heeft beweerd dat  hij de zoon van God is — is hij werkelijk degene die zijn volk verlossen zou? Jezus beveelt:  ‘Neem de steen weg!’ Martha wil een teleurstelling voorkomen: Meester: het is al de vierde dag! Voor de Joden is — anders dan voor ons — de dood niet een moment — het ene moment leef je en het andere moment ben je overleden.  De eerste drie dagen – en zo geloven de Joden dat nog steeds – hangt de geest van de dode nog rond. De vierde dag is het definitief!  Nee, Martha is overtuigd van de onomkeerbaarheid van de dood.  Jezus spreekt met luide stem:  Sta op!  En dan gebeurt  wat ook in het besef van de meest vrome Jood niet mogelijk was. Op de vierde dag staat Lazarus op uit de dood. Voor het besef van gelovige joden is dit wonder dus nog veel groter dan de opstanding van Jezus zelf.

Een verhaal van hoop zult u zeggen. Maar wat kunnen we ermee in deze tijd? Zulke wonderen deed Jezus toen, maar voor ons is de dood onverbiddelijk. Ik denk dat de tekst twee duidelijke herkenningsmomenten heeft: Ten eerste:
De Here Jezus — en in hem mogen wij God zien — komt hier zeer menselijk naar voren. Het meest opvallende is wel  dat er staat: Jezus weende. Nergens is Jezus zo dichtbij mensen in hun verslagenheid en verdriet  als hier: nee misschien herhaalt het wonder zich niet op dezelfde manier, maar we zien hier wel dat Jezus – en in hem God – verbonden wil zijn met mensen, in hun vreugde en in hun verdriet. Hij is geen God op afstand, maar een god die mensen opzoekt waar zij zijn. al is dat midden in de dood.

Tegelijk zit er in de tekst ook een andere boodschap: de dood is het ergste niet. Leven en dood zijn bij de evangelist  Johannes ook begrippen met een diepere betekenis. Leven is met Christus verenigd zijn en leven is leven in het licht. De dood  dat is buiten hem zijn en de dood is de buitenste duisternis. Als de verwarring ontstaat: wat bedoelt Jezus nu precies: slaapt hij nu of is zij nu dood? Heeft dat ongetwijfeld hiermee te  maken. De filosoof Kierkegaard heeft een boek geschreven waarvan de titel deze woorden van Jezus was: de ziekt ten dode:  Het sterven is niet het ergste, maar het niet kunnen sterven. Het vertwijfelde moeten blijven bestaan. Dat is veel erger. Het geloof in Hem, het jezelf verliezen en je overgeven, je toevertrouwen aan Hem, schénkt je leven. Het leven met Hem, met God. Het leven dat niet kapot gemaakt kan worden. Door geen enkele macht, hoe boosaardig ook.

Lazarus. De naam is een verkorte, Griekse vorm van het Aramese Eleazar. Die naam betekent: God is een helper. Lazarus was slechts een teken, een bewijs daarvan in een wereld die lijkt geregeerd te worden door zonde, dood en ongeloof. Zo belijden wij op deze zondag van voleinding — met Martha mee — dat Jezus is de Christus, de Zoon van God die in de wereld zou komen.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive