Lauw water of levend water? Openbaringen 3

Als je de gemeente Nieuwkoop binnenrijdt, dan staan er borden met een prachtig logo van een bloem en daaronder de woorden: Water Ruimte Natuur. Zo willen we graag gezien worden, met de communicatie medewerker van de gemeente gedacht hebben. En als je aan mensen vraagt waarom het zo leuk is om in Nieuwkoop te wonnen, zullen ze ook wel zoiets zeggen. Het is er lekker ruim, veel water en aardige mensen. En mensen zijn dan trots om een Nieuwkoper te zijn.

In de gemeente Laodicea ging het al net zo. Als je aan mensen in de eerste eeuwen van de jaartelling vroeg wat het betekende om in Laodicea te wonen, zeiden ze:  Zoutwaterbaden, Rijkdom en Genezende zalf.  Johannes was hier goed van op de hoogte. Als hij ze een brief schrijft, spreekt hij hen voortdurend aan op waar ze zo trots op zijn. Het is geweldig om een inwoner van Laodicea te zijn! Maar is dat nu alles? Of ben je eigenlijk alleen maar bezig om een leegte in je leven op te vullen en te verbloemen.

De brief aan deze gemeente spreekt hoog over Christus. Hij is de Amen:  dat betekent datgene wat vast staat en zeker is. Je kunt je leven op Hem bouwen. Maar het is maar de vraag of de mensen in de gemeente dat ook zo ervaren. Zij zitten er eigenlijk maar een beetje mee in hun maag, met dat geloof. De affiches op de straat spreken boekdelen. Alles wat een weldenkend mens maar nodig heeft kun je in het rijke Laodicea verkrijgen en met een goede handelsgeest kun je hoger stijgen dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Christus verwijt zijn beminden dat zij lauw zijn. De tekst uit Openbaring over Laodicea kun je pas goed begrijpen als je de ruïnes  van Laodicéa bezocht hebt en je het lauwe water geproefd hebt dat afkomstig is uit de heetwaterbronnen enkele kilometers verderop. Onze reisgroep is er vast geweest op een  van hun reizen. Het hete water van de bronnen bergopwaarts is heilzaam en genezend. Maar het lauwe water dat de stad binnenstroomt is nergens goed voor. Het is lauw en zout. Je kunt het nergens voor gebruiken. Wat voor het oog drinkbaar water is, is waardeloos. Stromen van water komen de stad in, maar je zou nog sterven van de dorst.

Ai, dat is een rake vergelijking.  Juist die bijzondere bronnen van zout water, met hun geneeskrachtige werking, laten precies zien wat de keerzijde is van hun trots. Ja die bronnen zijn geweldig, een geweldige attractie die nu zelfs op de Unesco lijst staat. Maar je kunt je dorst niet lessen met dat beroemde water.

Zo is het in alles met de mensen van Laodicea. Zij zijn zeer onder de indruk van de rijkdom van deze wereld en geven er hoog van op. Maar zij kijken niet dieper dan de oppervlakkige schijn. Een handelsgeest had zich van hen meester gemaakt en zij lieten zich voorstaan op hun welvaart.
Op een dag komt er een andere koopman in de stad. Hij zegt: Ik weet wel wat jullie mooi en belangrijk vinden, maar kijk eens wat ik in mijn kraam heb… Ik heb alles gezien waar jullie zo trots op zijn. Maar het is geen gewone welvaart; het is goud in vuur gelouterd. Het zijn geen protserige gewaden die jullie dragen om indruk te maken, het zijn witte gewaden, die een teken zijn van een reinheid en rechtvaardigheid.
De zalf die jullie voor veel geld verhandelen, i k heb het gezien, maar ik heb ogenzalf die je geneest van je blindheid en kortzichtigheid.

We kennen het zelf ook. We omringen ons met welvaart en bling bling, met het vooruitzicht van een luxe vakantie. Wie haalt het in zijn hoof daar iets van te zeggen: Christus vanuit zijn heerlijkheid zegt het is van geen waarde. Onder die merkkleding en stoere houding ben je arm en naakt en blind.
Een ervaring die sommige mensen na kunnen zeggen. Mensen die een nieuw doel in hun leven hebben gevonden. Ik dacht dat ik alles had, maar ik ben er achter gekomen dat ik verblind was.
Prachtig als je mensen daar van kunt horen getuigen. Die hebben de ware rijkdom gezien: ze hebben de heerlijkheid van Christus gezien. Deze Christus biedt zijn waren aan. Aan de armen Goud, aan de naakten witte klederen en aan blinden zalf voor de ogen.
Deze koopman komt ook vandaag voorbij met zijn kraam. Hij heeft brood en wijn in de aanbieding. Niet zomaar brood, maar: Dit is mijn lichaam. Niet zomaar wijn, maar: Dit is mijn bloed. Als je het ziet laat je al het andere uit je handen vallen. Zijn bloed, dat betekent dat je zonden worden af gewassen, zijn lichaam, dat betekent dat je met hem één mag zijn in zijn eeuwige leven. Deze koopman wil ook gastheer zijn, hij wil binnenkomen en al zijn gaven vrijuit geven.

Wat een onvoorstelbare rijkdom zit er in deze tekst. Werkelijk alles uit het dagelijkse leven van de Laodicensen wordt een sprekend getuigenis van het evangelie. Wij leven in een heel andere situatie. Wij hebben geen warm water bronnen, maar plassen, geen handelswaar, maar ruimte en  natuur, we zijn geen handelsstad, maar mensen die graag een huis aan het water hebben en een eigen ophaalbrug. Als je de gemeente Nieuwkoop binnenkomt wordt het je al duidelijk gemaakt: Wij hebben heel wat te bieden. Maar we zitten hier niet alleen maar als Nieuwkopers, we zijn ook mensen die Christus willen navolgen.  Zou het wezenlijk verschil uitmaken? Probeer eens onder de oppervlakte te kijken. Ben ik met al mijn vertier en werk en rijkdom nu ook echt een gezegend mens? Of is er ten diepste iets anders dat mijn leven zin en inhoud geeft. Kijk eens bij jezelf naar binnen, schrijf eens in drie woorden op, waar het volgens jou in de kerk om gaat.

Dat is heel praktisch en iedereen kan het doen. En op die manier, ook door er samen over te praten, komen we dichter bij het geheim. Dat in al het kerkelijk gedoe er een is die bij ons aanklopt, die bij ons binnen wil komen en die bij ons aan tafel wil zitten. Amen.

ontwikkeld door Accent Interactive