Zich voor de doden laten dopen? I Kor. 15

Vanmorgen denken we na over de betekenis van de opstanding van de Heer. Maar wat is nu eigenlijk de betekenis van de opstanding? Is het meer dan een wonder, een mirakel, dat de gelovigen blijkbaar een mooie toekomst in het vooruitzicht stelt? Of is de opstanding op een veel omvattender manier verbonden met ons leven als christen en als mens? Volgens mij gaat het Paulus daarom. Hij ziet de opstanding als een onmisbaar element van het Christen-zijn en het mens-zijn. En de crux zit in het bijeenhouden van de opwekking van Christus en de opstanding der doden. Het heeft alleen zin in de opwekking te geloven als we daar ook aan verbinden dat we zelf  met Christus opstaan in een nieuw leven en als we ook leven uit de hoop dat er eenmaal een opwekking der doden zal zijn. Het geloven, het handelen en het hopen horen bij elkaar en haal je er een van die drie tussen uit, verlies je alles.

Dat was toen niet vanzelfsprekend en nu ook niet.  Toen, in de gemeente van Korinthe wilde men wel geloven in  de opstanding van Christus, men wilde daar ook naar leven, maar alleen voor dit leven. Kortom, na de dood is alles afgelopen. De opwekking verheft ons voor enige tijd uit dit aardse bestaan, maar uiteindelijk heeft de dood het laatste woord. Ik weet niet of ze dit verwoorden in termen van een nuchtere constatering — zo van `uiteindelijk gaan we allemaal dood’ — of dat men daar een meer spirituele gedachte bij had — zo van `we gaan allemaal weer op in het Niets of het Al—een beetje zoals in de Oosterse religies. Het kan ook nog zo zijn dat er een bepaalde Joodse opvatting aan ten grondslag ligt, de sekte van de Sadduceeën geloofde niet in een opstanding.

In ieder geval begint de redenering van Paulus bij de opstanding der doden. Als er geen opstanding der doden is, zoals Paulus geloofde en  ook de Farizeeën, dan kan Christus niet opgewekt zijn. Je zou kunnen zeggen: Paulus laat zien dat het geloof in de opstanding niet los verkrijgbaar is. Er ontstaat een domino effect als je het ene niet meer gelooft, al gauw wordt het hele geloof een lege huls. Paulus’ redenering is voor ons misschien niet gemakkelijk te volgen. Maar ik probeer het zo uit te leggen. Als je niet gelooft in de opstanding der doden, dan moet je ook de radicale conclusie trekken. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Half Christendom bestaat niet. Voor veel mensen is dat trouwens nog steeds een aantrekkelijke gedachte. Ik las in het NRC een interview met Nico ter Linden. En ook hij houdt het bij Goede Vrijdag. Pasen is een verzinsel. Hij beweert daarbij dat het voor de mensen in de tijd van het Nieuwe Testament misschien gemakkelijk was om te geloven en dat zij dat heel letterlijk namen, maar dat wij moderne mensen dat allemaal symbolisch moeten verstaan. Maar als ik het goed zie waren de schrijvers van het Nieuwe Testament zich maar al te goed bewust van het onderscheid tussen letterlijk en symbolisch. En Paulus zegt juist daarvan: zo moet je het niet doen. De Heer is waarlijk opgestaan, en als je de opwekking loochent,  verliest het geloof zijn kracht. Juist de verschijningsverhalen laten zien dat Jezus lichamelijk is opgestaan.

Maar het gaat er Paulus niet alleen om te laten zien dat het geloof wel eens als een kaartenhuis in elkaar zou kunnen zakken. Dat is het eerste deel van de argumentatie. Als dit niet….dan ook dat, dat en dat niet.
Maar het tweede deel van zijn argumentatie is juist positief! Probeer eens te denken vanuit de opwekking van Christus. Dan mogen wij ook met hem opstaan en dan opent zich een heel nieuw perspectief! En dan spitst Paulus zijn betoog toe op de praktijk van de doop. Niemand laat zich dopen zonder daar een goede reden voor te hebben en voor de mensen in de gemeente was de reden om zich te laten dopen, dat zij dat deden voor de doden. Met andere woorden: je laten dopen was een goed werk dat de komst van de Heer en de opstanding der doden dichterbij bracht. Het droeg bij aan de komst van Gods heerschappij.  En dan trekt hij de parallel met Adam. Net als door één mens, alle mensen sterfelijk zijn, zo kan ook door één mens de opstanding mogelijk zijn. Ik kan het nog iets sterker uitdrukken. Probeer nu eens zo te leven, alsof niet de dood en de sterfelijkheid de diepste werkelijkheid zijn, maar het leven en de opstanding. Vreemd eigenlijk dat we daar niet eens een woord voor hebben in het Nederlands. `Alle mensen zijn sterfelijk’, dat zeggen we zo gemakkelijk. Maar het omgekeerde alle mensen zijn: `geboortelijk’ — op het leven aangelegd — daar hebben we geen woord voor.

In de 20e eeuw leverde de Duitse filosoof Heidegger een diepgaande analyse van  het menselijk bestaan: Ten diepste is het mens-zijn, zo zei Heidegger, het Sein-zum Tode. Daarmee keerde hij het Christendom de rug toe, want Paulus zegt het nu juist net andersom, zoals door één mens wij allemaal ten dode zijn opgeschreven, zo is er door Christus ook die andere mogelijkheid van een Sein zum Leben. En het maakt nogal wat uit, hoe dat je manier van leven bepaalt. Ja, Paulus wist wel van het Sein zum Tode. Door zijn roeping was hij van dag tot dag in gevaar. Ja ik sterf elke dag, schrijft hij. Maar dat kon hij juist omdat hij wist van het leven dat in laatste instantie overwint. Het leven overwint de dood. Dat is de kern van Paulus’ prediking. En daarom laten de christenen zich voor de doden dopen. Ik wil nog kort wijzen op twee uitleggingen van deze tekst.

In Amerika zijn de mormonen erg door deze tekst van Paulus beïnvloed. Zij gaan ervan uit dat je je kunt laten dopen voor een overledene. En daarmee wordt deze overledene als het ware met terugwerkende kracht gered. Vandaar ook dat de mormonen (ook wel Heiligen van Jezus Christus van de laatste dagen) zulke grote belangstelling hebben voor het napluizen van geslachtsregisters.  Zo technisch kunnen we het verband tussen de doden en het dopen niet zien, maar ik denk wel dat ze de verbondenheid van dood en doop goed gezien hebben. Het tweede is de uitleg van `boven de doden’. Ook daar zit iets waardevols in. De doden zijn in de kerk dichtbij ons. Zoals in de oude Petruskerk van Woerden de grafstenen in de vloer zitten. Het doopvont is bovenop de grafstenen geplaatst. En eigenlijk is dat een heel rijke gedachte. Boven de doden, worden de kinderen gedoopt. De dood heeft niet het laatste woord, want steeds weer worden er mensen geroepen om te leven met Christus. De doden, zij getuigen als het ware van de komende heer, in wiens verwachting zij gestorven zijn. De gedachte is dat de doden ook een roep zijn om de spoedige wederkeer van Christus. Roep de doden tot getuigen, zegt een gezang in het liedboek. Zo zijn we paasgemeente. Niet in vertwijfeling en angst, maar vanuit het geloof, dat ook de dood ons uiteindelijk niet zal scheiden van Christus, maar dat de dood dienstbaar wordt aan de komst van Gods heerschappij: Daarom leven wij, daarom sterven wij en daarom dopen wij.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive