Zacheüs. De rechtvaardige

De persoon van Zacheus neemt een bijzondere plaats in in de lijdensgeschiedenis. Er is de schare, de vele mensen voor wie Jezus gekomen is.
Maar Zacheus laat zien dat we op beslissende momenten uit de schare moeten treden en als mens voor Jezus moeten verschijnen.
Je zou kunnen zeggen dat een mens die beide rollen speelt. Hij hoort bij de schare, bij de groep, de samenleving. Maar hij moet op bepaalde momenten ook uit die schare naar voren treden om persoon te worden en individueel voor God te verschijnen.

En juist met het oog op het lijden is het belangrijk om dat te zien: dat het wel de schare is voor wie Jezus gekomen is, maar dat je als enkeling gered kunt worden. Het is Bartimeus, Zacheus, de moordenaar aan het kruis die als individu de dood van Christus begrijpen en daar hun redding in vinden
Ik wil de geschiedenis van Zacheus dan ook uitleggen met het oog op deze dynamiek van schare en persoon.

Het is opvallend dat in deze tekst Zacheus en de schare, de menigte direct met elkaar in verband worden gebracht. Zacheus is klein van stuk, staat er, en vanwege de menigte kan Zacheus Jezus niet zien.
Zo kan de menigte de groep, ja ook de kerkelijke gemeenschap dus ook functioneren. Als een blokkade om Jezus te kunnen zien.  Goed om je dat te realiseren. Het kan goed zijn om bij een groep te horen, maar een groep kan mensen ook weer zo op een bepaalde rol of plek vastpinnen, dat het individu onzichtbaar wordt. In dit geval dus Zacheus die buiten de groep staat en door de schare wordt afgeschermd van Jezus.

Maar het is belangrijk om te zien waarom de schare deze Zacheus heeft uitgesloten en hem de toegang tot Jezeu sen daarmee tot verlossing ontzegt. Er worden twee eigenschappen genoemd die daar een verklaring voor kunnen geven. Tegenover de grote menigte staat de kleine Zacheus. Van deze Zacheus wordt verder gezegd dat hij tollenaar was en een rijk man. Dat alles maakt hem tot een dankbaar voorwerp van spot. Zijn rijkdom maakte hem verdacht en zijn kleine postuur een dankbaar voorwerp van spot. Ja deze Zacheus was een dankbaar voorwerp  van spot. Hij was een1 succes volle man die veel te besteden had.
Maar tegelijk was hij een man voor wie je niet al te bang hoefde te zijn. Zo kennen wij ook wel mensen. Mensen op wie we enerzijds jaloers zijn en van wie we anderzijds niet veel te vrezen hebben. Mensen op wie we al ons ongenoegen kunnen projecteren.

De vraag of dat terecht was is eigenlijk van geen belang. Of het terecht is? Ach wat zijn de praatjes van de schare in zo’n geval waard. Later zal Zacheus vrijuit aan de armen geven en dan zegt hij erbij: Indien ik iemand heb afgeperst geef ik het drievoudig terug. Een klein rekenexperiment zou ons al leren dat Zacheus niet al zijn vermogen door afpersing had verkregen, want dan zou hij nooit het drievoudige terug hebben kunnen betalen. We zouden kunnen zeggen dat de schare er vrede mee had dat Zacheus er niet bij hoorde. Vrede is hier een dubbelzinnig woord. Soms kan juist zo’n zondebok de vrede bewaren, omdat ze een duidelijke scheidslijn mogelijk maakt. Wij zijn gewoon en hij hoort er niet bij.

En waar horen we dat beter dan in het verhaal dat Jezus zoeven verteld had: Waar een Farizeeër bidt: Dank u dat ik niet ben zoals deze tollenaar. De tollenaar met al zijn tekortkomingen zonden was een onmisbare schakel in de gemeenschap. Dankzij hem hoefde de Farizeeër niet meer naar zich zelf te kijken, want wanneer hij bad keek hij tussen zijn wimpers door naar deze tollenaar. Zacheüs.

De situatie van Zacheüs wordt pijnlijk duidelijk wanneer Jezus zijn weg vervolgt. Zacheüs loopt vooruit en klimt in de boom. Als een schooljongen klimt hij in de boom. Als niemand hem maar ziet. Wat beschamend moet het zijn om met al je rijkdom op zo’n plek te worden gevonden. Maar wat hij vreest gebeurt.  Jezus ziet hem. En met hem richten alle ogen zich naar boven naar hem en daar zit hij ten aanschouwen van iedereen.  Iedereen ziet hoe Zacheus zich vastklampt aan een tak en er is maar iets nodig of hij valt uit de boom. Er is maar een bespotting nodig of de schare zal in een bulderend gelach uitbarsten. Ha! Zacheus, met al je rijkdom, daar zit je nu hoof en droog en zo val je lager dan een mens ooit kan vallen. Tobber.
De schare appelleert aan gevoelens van schaamte, aan de angst buiten de boot te vallen. En wat is er maar weinig voor nodig of heel Zacheüs bestaan valt aan gruzelementen.
Maar Jezus heeft dat niet nodig. Hij appeleert niet aan onze schaamte of de angst dat we nog eens door de mand zullen vallen. Hij is er niet op uit onze zorgvuldig verborgen minderwaardigheid bloot te leggen. En dat we op grond daarvan om genade zouden smeken. Nee de invalshoek van de genade is niet de schaamte. Gods woord is bevrijdend de Tora is wegwijzer. Het maakt juist dat we weer grond onder de voeten krijgen.

En dat is wat gebeurt. Jezus zegt: Kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven. Ziet u wat er gebeurt? Er ontstaan nieuwe gemeenschappen. Jezus en Zacheus zijn tafelgenoten geworden in het huis en de schare is daarbuiten verenigd in ongenoegen. In het huis is het natuurlijk evenwicht tussen de schare en Zacheus verbroken. Maar in plaats van dat hij neerstort in de peilloze diepte van hun minachting wordt hij opgetild door het erbarmen van de Heer. De beweging is opwaarts: En Zacheus ging staan. En plechtig spreekt hij: De helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen.
En indien ik iemand iets afgeperst heb, ik geef het hem drievoudig terug. Wat gebeurt hier? Zacheus gaat zich aan de wet van Mozes houden.
Heden is aan dit huis redding geschiedt, want ook deze is een zoon van Abraham.
We zouden kunnen zeggen. Jezus laat zich niet leiden door wat iemand in de ogen van de schare is geworden, maar wat iemand ten diepste is. Een zoon van Abraham.

Zo is het ook met ons. Onze plek is niet in de schare gevangen, door schaamte om er niet bij te horen.  |
Onze plek is niet in de boom vereenzaamd en vervreemd van God en mensen.
Onze plek is in de gemeenschap van brood en wijn, in de vrijheid om de tora te doen in werken van barmhartigheid. Dat is het huis waar Christus ons thuis laat komen.
Dat is een gebod van het moment. Dan kan het ineens onze beurt zijn om uit de schaduwen naar voren te treden: heden, vandaag moet ik in jouw huis zijn.

En Jezus gaat verder op zijn weg naar het kruis. En telkens ontmoet hij mensen die zijn stem verstaan tot het laatste toe. Dan is hij verlaten van God en mensen en dan klimt hij in de levensboom en spreekt tot de moordenaar aan zijn zijde. Heden zult gij met mij in het paradijs zijn. Zo is zijn genade een moment, een woord van eenvoud, waardoor een mens thuiskomt. Door hem. Amen.

ontwikkeld door Accent Interactive