Speleologie van de Geest

De tekst uit de Bergrede die we vandaag overdenken gaat over de vraag waar je hart is. Een moeilijke vraag. Waar is je hart?. Jezus geeft een eenvoudige vuistregel om deze vraag te beantwoorden. Waar je schat is; daar is je hart.

In 1935 leefde er in de Ardèche in Frankrijk een speleoloog. Een speleoloog is een ontdekkingsreiziger. Maar zijn ontdekkingsreizen gaan niet over de zee, of naar de ruimte, maar onder de grond. Een speleoloog is een onderzoeker van spelonken en grotten. Deze speleoloog, Robert de Joly, vroeg aan de boeren in de omgeving of ze ook diepe gaten in de grond kenden. En bij Orgnac wisten de boeren daar wel van. Maar ga er maar niet naar binnen zeiden ze, het is een hel daar beneden. Robert de Joly wist dat hij goed zat. Hij daalde af in de diepe kuil en wat hij daar vond was inderdaad donker en griezelig. Op de bodem lag een hoge berg van botten en overblijfselen van mensen, dieren en dingen die daar in de loop van duizenden jaren in waren gevallen. Maar toen hij en zijn 4 medewerkers hun lampen aandeden zagen ze dat ze een enormer spelonk ontdekt hadden. Een van de grootste en mooiste ooit ontdekt. Zijn hele leven heeft Robert Joly als ontdekker en wetenschapper gewerkt als speleoloog. Maar toen hij in … overleed stond er in zijn testament dat hij wilde dat zijn hart begraven zou worden in de grot van Orgnac. Dat was de grootste vondst van zijn leven, dat was zijn schat en daar zou ook zijn hart zijn.

Nu hebben we eigenlijk de betekenis van Jezus’ uitspraak al voor een groot deel ontdekt. Waar is je hart? Waar je schat is. Je hart is daar waar je grootste schat zich bevindt. Voor veel mensen is die vraag snel beantwoord. Ze zeggen: mijn grootste schat is mijn geld en goed. Mijn rijkdom. Daar werk ik elke dag voor. En een paar weken per jaar rust ik uit op vakantie. Dan blijft de telefoon en de computer uit en ontspan ik me. Dus ja, werk en rijkdom en een welverdiende vakantie. Daar is mijn hart.

Nu denk ik dat daar veel voor te zeggen is. Geeft ze de kost die zich er gemakkelijker van af maken. Maar tegelijk zullen de meeste mensen wel beseffen dat er ook ander dingen in het leven zijn. Je familie en je gezondheid bijvoorbeeld. Je hebt het zelf niet in de hand en je beseft dat je afhankelijk bent van andere mensen en van je lichaam. We verlangen meer dan alleen aardse schatten, geld en goed. Kijk maar eens wat er gebeurt, zegt Jezus, ze verroesten en ze vergaan. Kijk maar eens naar je lichaam. We worden er niet knapper op als de jaren verstrijken. De echte schatten in dit leven, die zijn toch niet zo gemakkelijk te vinden. Je moet er voor op zoek. Je moet als een speleoloog op zoek naar die ene nauwe doorgang die de opening vormt tot een enorme verborgen ruimte.  Zo is het ook met de ware schatten in dit leven. We zoeken naar dat ene punt waardoor we toegang krijgen tot het ware geluk. Jezus vergelijkt het zelf ook met een ontdekkingstocht. Zoek eerst het koninkrijk van God en al het andere zal u bovendien geschonken worden. Wat is dat: het koninkrijk van God? En wat is al het andere? Je zou kunnen zeggen, al het andere dat zijn de grote zalen die we zoeken, met duizenden vormen onvoorstelbare schoonheid. Maar zocht Robert de Joly daar ook naar? Keek hij speurend in het rond waar toch die grote zalen verborgen waren? Nee, hij zocht de schacht, die ene nauwe doorgang waardoor hij naar binnen kon. Als hij die eenmaal had, zou hij al het andere vinden. Zo is het ook met het geluk in ons leven. We zoeken het koninkrijk van God. Dat is de doorgang. Als we die hebben gevonden, vinden we ook al die andere dingen. Liefde, vergeving, vrede, vriendschap. Dat zijn de onverwachte ruimtes waar we dan binnentreden en die groter en ruimer zijn dan we durfden dromen.

Maar wat is dat dan. Het koninkrijk van God? Wat is die doorgang? Het is het punt waarop we kunnen zeggen. Ik ben zelf niet langer de koning over mijn leven, maar God is de heer van mijn leven. Ik ben klein geworden en juist toen ik klein werd, merkte ik dat ik door de ingang kon. Ik moet klein worden om de grote schat van de hemel te kunnen ontdekken. Dat is de boodschap van Jezus. Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. En al het andere zal je bovendien geschonken worden.

Nu kan ik me voorstellen dat je denkt. Ik heb helemaal geen zin om zo klein te worden. En ik weet helemaal niet of ik wel zo’n zin  heb om zulke diepe vragen te stellen over mijn leven. Bij nader inzien houd ik me toch maar bij die aardse schatten. Ik heb daar ook wel over nagedacht toen ik met mijn twee zoontjes de grotten bezocht deze week. Voor kinderen en ook voor grote mensen kan het best beangstigend zijn, zelfs al kom je er als toerist en niet als de eerste ontdekker. Je kunt er verdwalen, je kunt zuurstoftekort krijgen en het kan er vooral zo ontzettend donker zijn. Misschien is dat wel wat ons weerhoudt als we nadenken waar ons hart ten diepste is. We zijn bang dat we er niet uitkomen. We zijn bang om ons te verdiepen in onze diepste drijfveren en gevoelens.  Is het van binnen niet donker en koud? Het menselijk hart is een duister ding, zegt de dichter Gerrit Achterberg. Je kunt inderdaad van binnen donker zijn, zegt Jezus. Je oog is donker en daarom is alles om je heen donker. Voor je het weet verdwaal je. Is het dan maar beter om niet op ontdekkingsreis te gaan en maar met een wijde boog om de opening te lopen?

Toen we aan het einde van de rondleiding waren gekomen werd het even stil. Toen klonk er prachtige muziek in de akoestiek van de grot. En op de maat van de muziek werden op de meest onverwachte plekken lampen aangestoken. De grot was een paleis van licht en muziek. Dat is de boodschap van de bijbel en van de Bergrede. Als we het met Jezus aandurven, schijnt zijn licht in ons hart en klinkt zijn muziek in ons leven. Dat is de speleologie van de Heilige Geest. Als je schat het koninkrijk van God is en zijn gerechtigheid, hoef je voor het donker niet bang te zijn. In je hart komt er ruimte, licht en muziek.

ontwikkeld door Accent Interactive