Thomas. Leven met een gemis

We kennen Thomas vooral als de twijfelaar. Toch is het in het Johannes evangelie juist Thomas die de hoogste belijdenis uitspreekt en de opgestane Jezus ‘God noemt’. Wie is nu deze Thomas? Ik denk daarom dat we Thomas geen recht doen als we hem alleen maar als twijfelaar zien. In het Johannes evangelie is hij degene die als een van de eersten die doorziet waar de weg van Jezus op uit zal lopen: Hij zegt: laten we meegaan om met hem te sterven.

Thomas is dus vooral iemand met een grote lotsverbondenheid met Jezus. En deze verbondenheid treffen we ook aan in het verhaal van vanavond. De discipelen hebben meegemaakt hoe Jezus is verschenen. Thomas gelooft hen niet op hun woord.
Ik kan me voorstellen dat Thomas zo diep geraakt is door het verlies van Jezus, dat hij geen valse hoop wil koesteren.

Waar komt deze sterke verbondenheid met Jezus en dit grote verdriet vandaan? De schrijver van het evangelie geeft ons een aanwijzing. Hij duidt Thomas aan als Didymus, de tweeling. Thomas was er blijkbaar een van een tweeling. Maar wie die tweelingbroer of – zus was blijft onvermeld. Zou Thomas een zwaar verlies met zich meedragen? Heeft Thomas een gemis in zijn leven. Een tweeling is vanaf de moederschoot nooit alleen geweest. Altijd een evenbeeld tegenover je. Een ander, maar toch zo vertrouwd. Iemand die je haast beter kent dan jij jezelf. Een tweelingbroer of zus verliezen laat een groot gat achter in je leven.

Op een dag had Thomas Jezus ontmoet en hij had met hem zo’n sterke band gevoeld dat hij bereid was te sterven voor hem. Een ander, maar toch zo vertrouwd. En nu was ook Jezus heengegaan. Nu was hij gebroken. Nu is de glans definitief van het leven. En uitgerekend in die situatie komen zijn vrienden hem vertellen dat ze Jezus hebben gezien. Nee, natuurlijk was Thomas niet op het eerste de beste gerucht afgegaan. Je nog een keer oprichten om des te harder weer te vallen.

Misschien herken je daar iets van in je eigen leven. Je man of vrouw verloren waarmee je zo lang lief en leed hebt gedeeld. Je voelt je als zo’n halve tweeling. Niet meer compleet. En zeker als er dan nog iemand wegvalt en je blijft voor je gevoel alleen achter. Je veert niet bij het eerste de beste bericht op, maar je wordt afwachtend en cynisch. Bang om op te staan en bedrogen uit te komen.

Bang voor de opstanding. Dat is voor vele mensen een realiteit. Ik noem een voorbeeld uit een extreme situatie, maar toch herkenbaar. Een schrijver die jarenlang in Russische werkkampen heeft geleefd beschrijft hoe zijn medegevangenen zich wapenen tegen het vooruitzicht van levenslange opsluiting en ontbering. Zij sluiten zich af voor elke herinnering aan het leven dat ze geleid hebben, de liefde en het geluk. Toch zijn er momenten dat sommige gevangenen opstaan. Ze komen in aanmerking voor familiebezoek. Ze laten hun vroegere gevoelens weer toe en hebben een kortstondige ontmoeting met een geliefde die wel uit een andere wereld lijkt te komen. Dan moeten ze weer terug naar het strafkamp. Juist nu ze hun menselijkheid weer hebben getoond, valt hen het onmenselijke bestaan in het kamp extra zwaar. De meesten zijn dus huiverig voor zulke momenten van wederopstanding. Je staat even op, maar daarna lijkt de kuil alleen maar dieper. Het hoofdstuk waarin hij dit beschrijft heet Opstanding. Een riskante gebeurtenis. Herling schrijft: ”Wanneer ze daarna terugkwamen stond de ellende in hun gezicht te lezen: even was het verleden tot leven gekomen en had hen met nieuwe hoop op de toekomst vervuld, maar vervolgens waren de beschermende muren weer ingestort.”

Jezus kent deze situatie van Thomas. Het gaat hem zozeer aan het hart dat hij voor deze ene mens speciaal terugkomt om hem te ontmoeten. Zo staan wij met Thomas tegenover de opgestane. Een beschermende muur om ons heen. De opgestane trekt zich daar niets van aan. Hij verbergt zich niet; hij  toont zich. Daar gaat het om. Tegenover deze Thomas met zijn muren om zijn gebrek en zijn gemis te maskeren, bedekt Jezus zich niet, maar toont zijn wonden. Als we dat beeld stilzetten is het van een onvoorstelbare breekbaarheid. Tegenover de muren en het cynisme toont Jezus zijn gebrokenheid. Daar gebeurt iets. Thomas muren storten in. Twee mensen die hun gemis en gebrek niet voor elkaar verhelen, maar aan elkaar tonen. Twee naakte mensenkinderen. Je zou haast de woorden uit genesis 2 citeren: en zij schaamden zich voor elkaar niet. Zo is de scène ook een beeld voor de kerk. Waar mensen met hun tekort en hun gemis mogen samen komen, zonder elkaar te veroordelen.

Wordt daarmee het gemis ook opgeheven? Gaat Jezus de ruimte innemen van de tweelingbroer of zus? Gaan Thomas’ handen de wonden van Jezus bedekken? De ene schilder heeft dit tafereel anders afgebeeld dan de ander. Carravagio schildert heel plastisch hoe Thomas zijn vinger in de wond in de zijde van Jezus steekt. De Bijbeltekst lijkt toch een andere kant op te wijzen. De Bijbeltekst benadrukt dat Thomas alleen maar gezien heeft en geloofd. De uitnodiging van Jezus — om met zijn handen te raken — heeft hij dus afgeslagen. In plaats daarvan volgt een belijdenis: Mijn Here en mijn God. Thomas beseft zich dat de aanwezigheid van Jezus van een andere orde is. Hij is de opgestane. Hij is niet als een aardse broer zus of partner in ons leven aanwezig. Hij gaat voor ons uit naar de vader. Hij is — en daarmee — bereikt het Johannes evangelie een hoogtepunt; mijn Here en mijn God. Misschien mag deze tekst wel vooruitwijzen naar wat Thomas en de discipelen op dat moment nog niet kunnen bevatten: de Heilige Geest. Uit de nevelen van Pasen gaat de wind waaien van de Geest. Ook in dat gemankeerde leven van Thomas. Ook in de gaten en gebreken van ons eigen leven. Zo kunnen we wat we nu als een gemis ervaren, misschien ook gaan zien als een ruimte waarin de geest kan komen. Amen.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive