U zou terugverlangen naar uw schepsel. Job 14:14

Ik kan me voorstellen dat er vandaag mensen in de kerk zijn die het belangrijk vinden
om te gedenken en dat ook graag in de kerk willen doen, maar daar ook een dubbel gevoel bij hebben.
In de kerk gaat het ook over God en het hiernamaals. Hemel en hel en daar kan ik me niet zoveel bij voorstellen.

Dan bent u in goed gezelschap. Want als we het boek Job lezen, dan lijken God en de hemel wel heel ver weg. In het boek Job wordt het leven van de mens
getekend die onder een koperen hemel leeft.  Deze mens wordt als een bloem gezien die heel even opschiet en dan weer
verwelkt.  Job vergelijkt de mens met een boom. Die loopt weer uit
Job vergelijkt de mens met een dagloner, die hoe zwaar de dag ook is, zijn loon
ontvangt en kan gaan rusten Maar de mens lijkt nog het meest op de levenloze natuur. Hij droogt uit als
rivier, als een plas water in de woestijn.  De mens verlangt niet naar zijn loon, zoals de dagloner. Het is hem genoeg om
er niet meer te zijn.  Laat me dan maar naar het dodenrijk gaan, zegt Job. Dat is genoeg.

Als we Job zo horen lijkt het erop dat hij in God alleen maar een kwelgeest kan
zien, die de mens niets gunt en hem dan ook nog eens voor het gerecht daagt.
Zoals Jezus het zegt over de heer van het huis. U wil oogsten waar u niet
gezaaid hebt. Zo kunnen we God gaan zien. Als hij al met ons van doen heeft is het een
onnavolgbaar en streng beleid dat hij ons heeft opgelegd. Nu, laten we dat ook
maar eens zeggen. Het heeft geen enkele zin om naar makkelijke antwoorden te
grijpen als het leed dat ons overkomt geen zin heeft. Dat is juist de rol van
de vrienden van Job. Zij proberen te verklaren wat geen verklaring heeft. Het
enige wat je daarvan kunt denken is: als het jezelf overkomt is het toch anders
en blijken die verklaringen toch niet zo overtuigend te zijn. Nee daar is geen
geloof voor nodig, voor die woordenbrij die op alles een antwoord heeft. Job
verzet zich ertegen. Daarin kunnen de ongelovige en de gelovige elkaar soms
beter begrijpen dan die gelovigen die op alles een antwoord hebben. Het kan van
veel geloof getuigen om er het zwijgen toe te doen.

Maar het zwijgen van de gelovige is toch iets anders dan ongeloof. Het blijft stil.
Het is alsof we als lezer de gedachten van Job horen. Maar het kan ook anders
zijn dan ik denk. Als u zou roepen. Dan zou er iets nieuws gebeuren. Dan is het niet mijn
verstand en mijn verlangen waar het van afhangt. Maar God kan een nieuw begin
maken.  Net als wij genoegen nemen met de dood. Als onze hoop sterft. Maakt God een
nieuw begin.

Er is hoop, maar dat is niet onze hoop, ons geloof en ons verlangen. Het is God
die verlangt naar de mens, die hij zelf gemaakt heeft. Dan hoeven we ons nog
geen enkele voorstelling te maken van het hiernamaals of van de hemel. Maar het
verlangen van God naar de mens is sterker dan ons verlangen.

Ik vind dat een belangrijke gedachte. Niet alleen omdat wij vaak helemaal niet
verlangen naar God Ik vind het ook belangrijk om op die manier naar gedenken te kijken.
Net zoals we voor de dood geen verklaring hebben, hebben we dat ook niet voor
het leven. We herinneren niet allen in liefde, maar we kunnen ook met andere gevoeldens
aan mensen blijven denken. Een overleden echtgenoot kan ook een stempel op
iemands leven hebben gedrukt dat niet zo goed was. Soms moet je je vader of
moeder begraven en eerlijk zeggen dat het nooit een goede relatie is geweet.
Soms herdenk je met pijn en verwijt. Wij overzien niet het hele leven. We begrijpen de mensen niet die we los moeten
laten. Ook dan is het goed om ze aan God toe te vertrouwen.

In deze dienst maken we de overgang. Waar ons verlangen stopt. Begint het
verlangen naar ons. Met advent spreekt de engel over de komst van de zoon. Dat
is een nieuw begin met voor mensen die niets meer hadden om naar uit te kijken.
Jezus staat voor de liefde van God. Het is zijn verlangen naar mensen, dat hij
onder de mensen wilde komen. Die liefde zegt iets over wie God is. Als we in
Jezus hebben gezien wie god is, dan hoeven we niet onzeker te zijn over wie het
is die we na de dood mogen ontmoeten. Dan gaat het — zoals in het gedicht —  haast ongemerkt, terwijl de
wijn wordt ingeschonken. Schuif aan, tast toe, er is op je gerekend.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive