Liedboek

Bij het uitkomen van een nieuw liedboek, realiseerde ik me hoe bijzonder het ‘oude’ eigenlijk was. In de rust van de avonddienst hebben we in Nieuwkoop liederen gezongen rond de liedboekdichters. Daarin hoorden we iets over het eigene van de medewerkers van het liedboek, zoals Barnard en Schulte Nordholt. Ook was er een dienst rond de gezangen van Jaqueline van der Waals.

Wat maakte het liedboek nu zo bijzonder en zo heel anders dan de andere liedboeken die circuleren en zo anders dan het nieuwe liedboek dat in 2013 is verschenen? Voor een deel heeft dat te maken met de hoge verwachtingen waarmee aan dit liedboek en de psalmberijming hebben gewerkt. Er werd niet alleen met theologisch bewustzijn ingezet op een herbronning van het kerklied, maar men verwachtte er ook een opwekking van het geestelijk leven van.

Ten tweede had het te maken met de ambitie in muzikaal en literair opzicht. De theoloog Miskotte ging bij Martinus Nijhoff op bezoek om hem te vragen de nieuwe psalmberijming op zich te nemen. Dat soort ontmoetingen laten zich niet vertalen naar vergelijkbare grootheden vandaag de dag. Het nieuwe liedboek was een gebeurtenis van formaat, waar aan gewerkt werd door mensen van formaat. Er is een aardige cd verschenen, waarin een compilatie werd geboden wat er rond de verschijning van het liedboek destijds aan media aandacht is geweest. Op de radio werd er door alle omroepen aandacht aan besteden. Vrije geluiden van de VPRO ging voor een interview op bezoek bij Barnard. Ook buiten de kerken leefde het besef dat dit een monumentaal project was.

De media hebben zich in 2013 niet veel aangetrokken van het tot stand komen van een nieuw liedboek. Dat zegt iets over de plek van de kerk in de samenleving. Die is niet meer te vergelijken met de situatie in de jaren ’70. Maar het zegt ook iets over de aard van het nieuwe liedboek. Het heeft geen momentum, geen bezieling. Het is vooral een redactieklus geweest. Iemand als Oosterhuis, daar zal nog wel wat belangstelling voor zijn. Meteen is dat een goede indicatie om het verschil tussen deze liedboeken te laten zien. Gelukkig was Oosterhuis’ invloed op het oude liedboek maar klein. Terecht. Iemand als Schulte Nordholt, was een begaafd man en een goed dichter, maar hij verstond zichzelf als een ‘minor poet’ te midden van de andere dichters. Maar zelfs deze ‘minor poet’ was groter dan Oosterhuis. De agnostische spiritualiteit van Oosterhuis heeft veel invloed in de protestantse kerken en dat komt ook tot uiting in het nieuwe liedboek. Juist tegen de achtergrond van de theologische diepgang van het Liedboek voor de Kerken, zie ik een zorgelijke ontwikkeling. Iets van de bezieling van degenen die aan het Liedboek voor de Kerken hebben meegewerkt dacht ik te beluisteren in een bijzonder aardige opname van de eerder genoemde cd. Het is een opname van van Adriaan Schuurman ( 28 juli 1904 –  24 augustus 1998) die in 1981 gezang 6 instudeert met een gemeente.

 

ontwikkeld door Accent Interactive