Een profetie die niet gehoord kan worden. Ezechiël 3:1

De profeet Ezechiël wordt geroepen om te profeteren tot het volk van Israël dat leeft in de ballingschap. Hij moet uit zijn huis komen en wordt door de heer geroepen naar de vlakte tussen de Eufraat en de Tigris in het land Babylon, waar het Joodse volk in ballingschap verkeert. Niet de berg maar de vlakte, is de plek waarin God nu spreekt. Het laagland waar de stem van God niet meer wordt gehoord. Mozes had van de berg gesproken en eens zou Jezus van de berg spreken. Maar hier is de plek van handeling het laagland tussen de rivieren. Het zijn de lage landen, waar de handel opbloeit en de mensen ruimdenkend zijn.

Israël zit aan Babels stromen. Weldra zal Jeruzalem vallen en is de uitzichtloosheid compleet. Israël neergeveld. Met de profeet gaat de Heer zijn eigen weg. Hij is die ene die eruit wordt gepikt en door de Geest op zijn voeten wordt gezet. Mensenkind sta op! In hem worden alle mensen aangesproken. Er is een ander leven dan dit en jij zult ervan getuigen. Als de Here God Ezechiël roept krijgen we de indruk dat zijn prediking en bediening hiermee als het ware worden ingeleid. Want de Heer heeft niet zozeer iets te zeggen, maar geeft de profeet een opdracht. Te gaan naar de Israëlieten en te spreken. Wát er gezegd moet worden is niet zozeer van belang. Het gaat om de tegenstelling tussen het spreken van de  Heere God en de toegesloten en verharde Israëlieten. Het is een profetie die niet begrepen zal worden. Maar daarom niet minder profetie! Het gaat erom dat God nu spreekt tot mensen aan wie eens rekenschap gevraagd zal worden.

De profetie die niet gehoord kan worden. Dat is iets wat in onze tijd ook herkenning oproept. Het is opvallend dat de profeet Ezechiël vaak niet mag spreken. Net als in het Schriftgedeelte wordt hij vaak geroepen om op een dramatische manier iets te doen, een performance te geven,  waardoor de situatie van de mensen duidelijk wordt. Een stil protest tegen het onrecht en tegen de overtredingen van de Thora. De Heer geeft Ezechiël een boekrol die van binnen en van buiten beschreven is.  Het is geen geheim dat bewaard hoeft te worden. De boekrol is ook aan de buitenkant beschreven, een ieder die hem ziet kan het lezen, maar zal het toch niet begrijpen.

En nu moet Ezechiël, als enige deze woorden wel tot zich nemen.  We zouden haast zeggen, als plaatsvervanger voor zijn volk. Als plaatsvervanger voor ieder mens! Hij wordt aangesproken als Mensenkind. En hij moet dit doen op de meest radicale manier. Hij moet de boekrol opeten. We hoeven hier niet te denken dat de profeet letterlijk stukken papyrus of perkament moest opeten, maar in zijn visioen doet hij dat. En de betekenis van dat eigenaardige gebeuren is dat die rol, die bol stond van bittere klachten, zoet smaakt in de mond. Het woord van de Heer is zoet, niet omdat de inhoud altijd plezierig is of in mijn voordeel, maar het is zoet om uit Gods woord te leven en zijn wil te doen. En het woord van God is ook niet minder zoet als mensen het niet willen horen of er geen gevolg aan geven.

Als profeet is hij geroepen om een boodschap te gaan verkondigen die niet gehoord zal worden. Maar hoe doe je dat? Hij wordt de stomme getuige, die wel wil, maar niet kan spreken. Dit betekent niet dat het nu over en uit is tussen God en zijn volk. Het betekent wel dat het contact als het ware opnieuw moet worden gelegd. We kunnen hierbij ook denken aan de woorden van psalm 81: Doe uw mond wijd open en ik zal hem vullen. Alle woorden van onze kant, de woorden die ons zo bekend zijn geworden dat we ze haast niet meer horen, zijn niet afdoende meer. Er moet een nieuwe taal worden gesproken en een nieuw begin worden gemaakt.

Als de Messias, Jezus tot zijn volk komt lijkt dat in veel opzichten op wat Ezechiël gedaan heeft. De aard van zijn optreden was beeldend en praktisch. Maar het meest opvallende is wel dat Jezus zijn volgelingen gebiedt te zwijgen.  Daarmee lijkt hij ook in deze lijn te staan, van Ezechiël. God maakt een nieuw begin en dat wordt niet verstaan in de oude vertrouwde taal. Hij gaat rond als Ezechiël: Hij doet dingen die voor wijzen zijn verborgen, maar aan de kinderen worden geopenbaard. Alleen de oplettende hoorder heeft er oog voor. Binnenskamers en op de verlaten plaatsen breekt het koninkrijk baan. Als een bezetene is genezen verbiedt hij de geesten om te spreken. We horen ook de woorden van Ezechiël terug, wie oren heeft om te horen dié hore!  Pas als de Heilige Geest een nieuw begin maakt, zullen zij spreken.

En wat maakt Jezus duidelijk in Marcus 2? Ook daar geeft hij het brood te eten aan zijn discipelen. Een stille aanwijzing van zijn heerschappij over de gehele schepping. Een gebaar dat kinderen begrijpen, maar de Schriftgeleerden raken er in verschrikt.

Het brood is het woord van God en het symbool van Zijn koninkrijk. Daarom werden de broden in de tempel de toonbroden genoemd. Letterlijk staat er in het Hebreeuws Brood van het Gezicht. Zij toonden de aanwezigheid van God, zichtbaar voor mensen. David had op een dag die broden, die aanwezigheid weggenomen en ze gegeten. Dat is wat de profeet doet, de woorden van God eten, dat is wat David deed, de aanwezigheid van God in zich opnemen, dat is waar Jezus zijn discipelen toe uitnodigt. Neem en eet, dit brood, het is mijn lichaam.

Wordt van ons nu verwacht om te spreken en vanuit ons geloof een profetische stem te laten horen?  Ik denk dat de opdracht die Ezechiël kreeg en de opdracht die Jezus aan zijn volgelingen gaf ook voor ons bedoeld is. We leven in een tijd dat velen om ons heen niet meer geloven. Het woord van Ezechiël geldt ook voor ons. Het woord van God is eeuwen lang verkondigd en de mensen kunnen het niet meer horen. Dat is geen reden om harder te gaan roepen en het is ook geen reden om het zelf ook maar niet te geloven. Je zult het woord van God, dat moeilijk te verteren woord in je op moeten nemen als het brood dat je elke dag weer nodig hebt. Niet als het vanzelfsprekende woord dat er altijd al was en waarvan de klank ons overbekend is geworden. Nee we nemen het tot ons als het manna in de woestijn, als Ezechiël in de ballingschap en als David op de vlucht. Als het dagelijks brood dat Jezus ons vandaag wil geven. Het zal er minder op aankomen of wij gehoord worden en meer op de vraag of we de gestalte van de Ezechiël kunnen aannemen, om onverstoord dat woord tot ons te nemen en zo nodig te spreken. En als we gevraagd worden te spreken zullen we niet zelf de woorden kunnen vinden maar hoeven we alleen onze mond te openen en God zal ons zijn woorden in de mond geven.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive