Jezus is de goede herder. Ezechiël 34

In Ezechiël 34 wordt gesproken over God als de Goed Herder. Een vertrouwd beeld. Zo vertrouwd dat we haast zouden vergeten dat het in deze beeldspraak juist gaat onze vertrouwde beelden te doorbreken en ons God op een nieuwe manier te doen kennen. In de lezingen van vandaag zien we het beeld eigenlijk steeds veranderen en steeds radicalere vormen aannemen.

In de eerste plaats zijn de koningen bedoeld als herder. Wie denkt hier niet aan koning David. De herdersjongen die tot koning was gezalfd. In de dagen van de profeet is het koningschap een corrupt instituut geworden. Het lijkt in niets meer op hoe het oorspronkelijk was bedoeld. De koningen oefenen hun mach uit om er zelf beter van te worden. De eerste verandering in het beeld van de herder is het einde van het koningschap. Niet langer worden de koningen herders genoemd, maar God zelf wordt herder.  Ik zelf zal mijn volk weiden, zo luidt de verkondiging in Ezechiël.

De tweede verandering zit al in het hoofdstuk van Ezechiël. God zal op zo’n manier koning zijn dat hij een oordeel velt over de kudde. De vette rammen en de magere schapen. Zeker voor de eerste hoorders zal dat een verrassend beeld geweest zijn. Dat met de kudde Israël bedoeld werd was een vertrouwd beeld. Maar dat daarbinnen ook een scheidslijn loopt, dat dwingt tot zelfonderzoek.
Hoe gemakkelijk maken we onszelf er vaak niet van af. Ik behoor tot een groep en daarmee ben ik vrijgepleit. Maar de  herder kijkt niet van een afstand, maar neemt poolshoogte op de schofthoogte van de dieren zelf. En als je zo kijkt zie je veel meer. Het ene beest verdringt het andere. Er zijn vette schapen en magere scharminkels er zijn bokken die de schapen op de horens nemen. De profeet laat zien dat de kudde niet vrijuit gaat. Er is onrecht van de herders naar de kudde, maar ook onrecht tussen de dieren zelf.

Zo worden ook wij aangespoord tot zelfonderzoek. Niet alle kwaad wordt ons door anderen aangedaan. Binnen de kudde hebben we onze eigen rol. En waar staan we dan. Maken we gemakkelijk misbruik van een ander, of trekken we ons zijn lot aan?

Maar het lijkt er op dat deze herder nog verder kijkt. Hij kijkt naar wat er gebeurt op de grond. Het slechte weiden en het gedrang van de schapen maakt dat de weidegrond tot een modderpoel is geworden. Elke schapenhouder weet wat dat betekent. Vervuiling van het drinkwater leidt tot inwendige ziektes. En uiteindelijk zullen die de hele kudde te gronde richten. De blik van de goede herder gaat verder dan de kudde als geheel, verder dan het gedrag van de schapen. Hij kijkt op het meest basale niveau naar de leefomstandigheden van de beesten. Wat krijgen ze te eten en et drinken.

In  het Johannes evangelie noemt Jezus zichzelf de Goede Herder. Dat betekent meer dan de vertrouwde beeldspraak van psalm 23. Dat betekent ook dat hij  die neerdalende beweging maakt, dat hij tot de zijnen komt, tot het niveau van het vertrapte schaap.  We kunnen deze vergelijking zelfs zo ver doortrekken dat hij zich vereenzelvigt met de kudde. Jezus als het lam Gods.
Een geweldige ommekeer in het beeld van de goede herder. En merkt u hoe ver we van het oorspronkelijke beeld verwijderd zijn geraak? Niet langer is de herder de afstandelijke heersers, maar hij is de minste geworden van de verdwaalde kudde.

Als we Jezus aan de vooravond van zijn lijden met de discipelen in de bovenkamer zijn is hij de goede herder die zijn schapen bij zich verzamelt. Hij telt ze een voor een en kent ze bij name. Ja ook Judas, en ook Petrus zijn erbij. Hij is als de goede herder die het zwakke verbindt en de voeten wast van de schapen die zich de hele dag hebben staan verdringen. De voeten zijn vies geworden en ongemerkt is het drinkwater modderig geworden. De herder weet er wel iets op. Hij schenkt wijn en deelt brood uit. De schapen komen tot rust. Dat is de vervulling van de profetie. Israël wordt geweid door de goede herder, Ikzelf zal ze weiden, had Ezechiël geprofeteerd.

Eén schaap glipt er tussenuit. De schaapskooi uit en het donker in. De herder ziet het wel maar vestigt er geen aandacht op. Weldra zal hij zijn leven geven voor de schapen. In dit alles is hij machtig. Hij is lam Gods en goede herder ineen. We mogen denken aan het woord dat hij spreekt: Niemand neemt mijn leven af, ik ben vrij om het af te leggen en het weer op te nemen. Hij gaat in dit alles zijn soevereine gang.

Vanavond zijn ook wij als de kudde van de goede herder bijeengekomen. We zijn verward, verwilderd en innerlijk verwaarloosd. Hij nodigt ons in zijn stal. We komen tot rust aan zijn tafel en drinken van zijn beker. En we zijn dankbaar dat hij ons niet aan ons lot heeft overgelaten, maar dat wij mogen behoren tot de kudde die de God van Israël vergadert. Amen.

ontwikkeld door Accent Interactive