Daders, toeschouwers, slachtoffers. Over Genesis 34

In de eerste week van het nieuwe jaar werd er in de media bericht over een brute verkrachting in India. Een meisje werd bruut misbruikt, maar wat minstens zo schokkend is; omstanders die het meisje om hulp hoorden roepen deden niets om het meisje te helpen. Van Casper van D. die hier als gemeenteadviseur heeft gewerkt, begreep ik dat dit soort verkrachtingen ook in Sri Lanka geregeld voorkwamen. We kunnen dit begrijpen vanuit de religie en de cultuur van die mensen. De vrouw heeft een lagere sociale status en dat kan er toe leiden dat dit soort voorvallen in onze ogen verschrikkelijk zijn, maar door de mensen uit deze samenlevingen als redelijk normaal worden beschouwd. En het kan dan ook voorkomen dat het slachtoffer onder grote druk wordt gezet om geen aangifte te doen, of zelfs met de dader te trouwen. Dat komt vooral doordat de religie en de religieuze gewoontes de functie hebben om de eenheid onder de mensen te smeden. Het leven is doortrokken van rituelen en ook in het maatschappelijke leven vervult de religie een belangrijke rol.  En het belang van de samenleving gaat altijd voor het belang van de enkeling en zeker als die enkeling een vrouw is.

In onze samenleving worden dit soort misdaden streng veroordeeld. Denkt u maar eens aan de zaak rond Marianne Vaatstra. Dat is een zaak die niet alleen de familie en bekenden raakt, maar iedere Nederlander met een hart, leeft met die familie mee en is opgelucht als de dader uiteindelijk gepakt wordt. Maar ook daar kun je zien dat de roep om recht vaak niet vanzelfsprekend is. Deze week werd bekend dat de vader Marianne Vaatstra een prijs had gekregen vanwege zijn voortdurende inspanningen om de dader te pakken door middel van grootschalig DNA onderzoek. Ook hij heeft tegen de stroom in moeten roeien. “Laat het verleden nu toch maar rusten”, Denk aan je gezin en kinderen”.

Maar even terug naar dat verschil tussen India en Nederland. Aan dat enorme verschil in zwaarwegendheid van zo’n misdaad, kun je zien dat onze cultuur heel erg gestempeld is door het Christendom. In onze cultuur zijn we geneigd om te kijken naar wat rechtvaardig is. Tenminste, dat hoort zo te zijn. Er is een besef dat je nooit een enkeling mag opofferen om de meerderheid bij elkaar te houden. Nee, ons gevoel van rechtszekerheid is zo, dat we juist argwanend worden wanneer een enkeling unaniem wordt veroordeeld. Is dat wel terecht, of wordt hier iemand als zondebok aangewezen voor iets waar deze helemaal niet schuldig aan is.

In de Bijbelse verhalen speelt dit geschil om wat recht is en rechtvaardig een grote rol. Want ook in de bijbel staan verhalen over misdaden en moorden en verkrachtingen. In de bijbel is er een voortdurend geding om de rechtvaardigheid. Zo ook in het verhaal van vanmorgen. Het gaat om de ene dochter van Jacob. Dina. Dat maakte haar bijzonder, want zij was de enige dochter van Jacob. Maar ook omdat zij de dochter van Lea was. Lea was zogezegd de tweede keuze van Jacob. Rachel was de vrouw waar zijn hart naar uitging. Volgens Genesis 28 was haar verwekking het resultaat van een conflict tussen Lea en Rachel, om wie nu de liefde van Jacob verdiende. Van meet af aan was dus dit meisje Dina omgeven door conflicten en verstoorde relaties binnen het gezin.

Het verhaal gaat als volgt: Dina gaat uit en wordt daarbij aangerand door een  man van een ander volk. Wat precies de aard is van het misdrijf wordt niet duidelijk. Het woord verkrachting is waarschijnlijk te sterk. De Friese Bijbelvertaling zegt: “naam er har mei, sliepte by har en kaam har te nei.” Te nabij. Er is een grens overschreden en er word inbreuk gedaan op haar. Te nei. Te dichtbij. En dat door een prins nog wel. Je kunt je voorstellen dat de vraag naar het recht meteen onder druk komt te staan. Vooral vader Jacob is zich daarvan bewust. De stam van Jacob is maar een minderheid in het land. Als ze hier een groot probleem van maken, kan dat wel eens gruwelijk uit de hand lopen. En dan zie je al meteen dat de vraag naar het recht onder druk komt te staan. Sichem, de prins neemt zelf contact op met de familie. Daar komt hij met een voorstel. Hij zal met het meisje trouwen. Hier komt een heel moeilijk punt in de bijbel. Wat Sichem hier doet is eigenlijk helemaal in lijn met de voorschriften in het oude testament. “Wanneer iemand een meisje dat nog niet uitgehuwelijkt is verleidt, moet hij de volle bruidsprijs betalen en met haar trouwen. Mocht haar vader weigeren haar aan hem uit te huwelijken, dan moet hij een bedrag betalen dat overeenkomt met de bruidsprijs voor een maagd.” De dader betaalt een schadevergoeding en trouwt met het meisje. Natuurlijk is dat voor ons geen acceptabele gang van zaken. Toch spelen hier twee dingen een belangrijke rol. De dader wordt als dader benoemd. Als we het vergelijken met andere culturen, zoals bijvoorbeeld de verhalen die we horen uit India en Sri Lanka, of dichter bij huis, de verhalen over eerwraak onder Koerden en Turken; daar krijgt het meisje eigenlijk de schuld. Zij wordt als oneervol gezien en vaak na de ondergane vernedering ook door haar eigen familie uitgestoten of zelfs gedood. Hier – in Genesis 34 — is dat niet zo. De dader doet in zekere zin boete en het meisje blijft deel uitmaken van de samenleving. Ze wordt niet uitgestoten, maar behoudt haar rechten.

De familie van Dina gaan akkoord met de voorgestelde regeling. Ook Jacob heeft er vrede mee. Het is opvallend dat we bij hem niets van de verontwaardiging merken die we bij de broers van Dina kunnen zien. Die hebben zo hun eigen plan. Voor het oog werken ze mee aan de regeling tussen de beide families. Maar op de achtergrond werken ze aan hun eigen plan. Zij willen de eer van hun zus redden en hebben duidelijk geen vrede met de inschikkelijkheid van vader Jacob. Sichem en zijn vader stemmen in met een voorstel dat zeer gunstig is voor de familie van Jacob. Voortaan zullen de twee volkeren in vrede samenleven en de familie van Sichem zal zich ook laten besnijden. Dat betekent dat ze zich ook houden aan het geloof en de gewoonten van het geloof van de familie van Jacob.

Zoals afgesproken is, worden alle mannelijke familieleden van Sichem besneden. Dat is een pijnlijke operatie en na drie dagen moeten ze als het ware nog bijkomen uit de narcose. Dit is het moment waarop de twee broers van Sichem hebben gewacht en ze slaan meedogenloos toe. Met het zwaard doden ze alle mannen van de familie van Sichem en Chamor. En of het nog niet genoeg is, plunderen de andere broers de stad, zodat ze met buit overladen terugkeren.Als ze eenmaal terugkomen bij Jacob, veroordeelt deze het optreden van zijn zoons. Door zo hun dochter te wreken en zich zo te laten gaan in hun woede, hebben zij het voortbestaan van de familie van Jacob in gevaar gebracht.

Eigenlijk zien we in het verhaal twee verschillende manieren om met onrecht om te gaan. De oudere generatie reageert voorzichtig. Het onrecht wordt met de mantel der liefde bedekt of anders gezegd: Onder het tapijt geveegd. Dat zien we in de overeenkomst tussen de Jacob en Chamor. Zij houden als het ware het grotere belang in het oog en hebben geen oog voor het onrecht dat is geschied.De andere reactie is die van de jongere generatie. Sichem en de broers van Dina. Zij laten zich leiden door hun driften en hun woede. Dat loopt als het ware uit op nog meer onrecht en geweld.

De waarheid ligt als altijd in het midden. En die waarheid is Dina en wat haar is overkomen. Wat kan het ontzettend moeilijk zijn om te blijven staan bij het onrecht en daar niet overheen te lopen. En dat negeren van het onrecht kan dus op verschillende manieren. Dat kan door de burgerlijke bezonnenheid van de oudere generatie en dat kan door de woede-uitbarsting van de jongere generatie. Maar geen van beiden laat het slachtoffer aan het woord komen. De naam Dina betekent   ‘de berechte’.  Degene over wie recht gesproken is. Zij komt zelf niet aan het woord. Maar er wordt over haar gesproken. Zij wordt veroordeeld tot een bepaalde toekomst, terwijl zij naar ons gevoel juist bij uitstek degene is die aan het woord zou moeten komen. We zijn allemaal op een of andere manier, daders, slachtoffers of toeschouwers. En het is slechts weinigen gegeven om de waarheid onder ogen te zien en uit te spreken. Toch kunnen we vanmorgen meer zegge dan dat.

Wanneer Jezus tot zijn volk komt ziet hij ook dit soort tragedies. Mensen die verstrikt zitten in die warboel van daders, slachtoffers en toeschouwers. Hij ziet ook dat mensen zich eigenlijk niet bloot hoeven te geven en deze confrontatie met zichzelf, hun daden en de gevolgen daarvan niet onder ogen hoeven te zien. Wij zijn immers Abrahams kinderen, zeggen zij. Ja, maar dat waren Jacob en zijn zonen ook. De manier waarop de zonen van Jacob met de besnijdenis om waren gegaan laat iets zien van de vanzelfsprekendheid die het voor deze zonen van Abraham had gekregen. Je kunt het gebruiken als een machtsmiddel, desnoods om je vijanden buiten spel te zetten. Jezus en ook Paulus leveren kritiek op deze manier  van geloven. Het gaat om de gezindheid van het hart. Deze boodschap vinden we trouwens ook al in het Oude Testament. Je kunt je niet laten voorstaan op je afkomst, het gaat om de bekering van het hart.

Hoe ziet jouw geloof eruit. Lijkt het op de burgerlijke bezonnenheid van Jacob, die uiteindelijk helemaal geen oog heeft voor het onrecht? Lijkt het op de dadendrang van Simeon en Levi, die zijn geloof gebruikt om zijn eigen doelen na te streven? Allemaal manieren om staande te blijven op eigen kracht. God heeft geen mensen nodig. Geen Joden en geen christenen, geen helden en geen burgers. God kan – zegt Jezus – ook uit deze stenen nog wel mensen doen voortkomen.  Gerrit Achterberg verwoordt het zo:

Wij zijn voor hem een vol benzinevat,
dat hij leeg achterlaat. Hij moet het kwijt,
al de afval, met zijn wezen in strijd.

Sinds hij zich van de schepping onderscheidt
gingen wij dood en liggen langs het pad,

wanneer niet Christus, koopman in oudroest
ons juist in zo’n conditie vinden moest;
alsof hij met de Vader had gesmoesd.

Er gaat in ons leven veel mis. En veel meer nog ligt onder het tapijt. Jezus heeft geen mensen nodig die wegkijken, zichzelf staande houden of in hun dadendrang andere mensen onder de voet lopen. Jezus zoekt in India, in Sri Lanka in Nederland, mensen die hun eigen ik willen opgeven en zich door Jezus willen laten oprapen. Dan kan er hij er nog wel iets mee. En als we ons leven op die manier open stellen, kan er ook een andere manier van samenleven ontstaan.  Dan krijgt Dina, de berechte, een stem. Dat is ook de lijn van de bijbelse boodschap. Dat de berechte, en wie is nu bij uitstek, degen die onrecht is aangedaan – dat is Jezus –  de beslissende stem krijgt.  In navolging van hem is er hoop. Hoop voor het slachtoffer, voor daders en voor toeschouwers.

ontwikkeld door Accent Interactive