Discite Iustitiam. Juda en Tamar in het Regthuys

Ik vind het altijd zo mooi als ik hier in Nieuwkoop langs het Regthuys loop. En op die prachtige gevel de woorden: discite iustitiam. Leert de gerechtigheid. We wonen hier op een plek waar al sinds eeuwen recht wordt gesproken. We zijn niet overgeleverd aan de volkswoede, niet aan de gewoonten van primitieve volkeren, maar we hebben een eerlijk rechtssysteem. Nu zijn er in het verhaal uit Genesis 38 heel veel zaken die wij niet meer begrijpen. Zoals het zwagerhuwelijk, de doodstraf op overspel, noem het maar op. Maar als er iets is in die verhalen waar we niet om heen kunnen, dan is het toch we de schreeuw om het recht.

En het draait daar allemaal om een vrouw: Tamar. Wat is er gebeurd?  Vader Juda, een van de zonen van Jakob is zijn eigen weg gegaan. Hij is getrouwd met een vrouw uit een Kananees volk. Met deze dochter van Sua krijgt hij drie zoons. Hij noemt zijn eerst zoon Er, de tweede Onan en de derde Sela.  Juda is een echte stamvader die waakt over het welzijn van zijn familie en desnoods met ijzeren hand regeert. Voor de eerste zoon kiest hij een vrouw. Tamar. Maar Tamar heeft het niet getroffen met deze gang van zaken. Er is kwaad in de ogen van de Heer en Hij doet hem sterven. Dit familiedrama brengt Juda niet van zijn stuk. We horen ook niet dat de reden van overlijden was dat Er kwaad was in de ogen van God. Juda gaat weer even voortvarend te werk als bij het eerste huwelijk. Hij spreekt Onan aan op zijn verantwoordelijkheid voor de naam en het nageslacht van zijn broer. Maar Onan heeft hier helemaal geen zin in. Voor het oog neemt hij zijn verantwoordelijkheden wel waar, maar als het erop aankomt, laat hij het afweten en weigert hij kinderen te verwekken. En het was kwaad in de ogen des Heren. En ook hem deed de Here God sterven. Nu zijn er al twee echtgenoten van Tamar gestorven. En je kunt je voorstellen dat  de vader van deze zoons, Juda, het aardig benauwd krijgt. En voor alles gaat het hem om het voortbestaan van zijn familie. Hij zou nu eigenlijk ook zijn derde zoon met Tamar moeten laten trouwen. Hij weet dat hij dit niet mag weigeren. Maar wat nu als het weer misgaat? Dan zal ook zijn derde en laatste zoon gestorven zijn en is het uit met Juda en zijn geslacht.

Op de achtergrond speelt  de traditie van het Leviraats huwelijk. Je naam verdwijnt niet zomaar, maar leeft voort. Je geslacht sterft niet uit, maar heeft deel aan de beloften van God. Ze komen uit, ook voor jou. En dat wordt gegarandeerd door een broer van de overledene met de vrouw te laten trouwen. Zo was er voor iedereen toekomst en zou niemands lijn uitsterven. Dat was de weg van het geloof. Maar Juda heeft daar geen vertrouwen meer in.

En de oorzaak van zijn ongeluk ziet hij nu in Tamar. Hij trekt zijn eigen conclusies. Ik houd de regie in eigen handen. Tamar de deur uit. En voor de jongste zoon zoeken we een andere vrouw. Hij weet uitstel te krijgen door aan te voeren dat Sela nog wel erg jong is. Tamar zal terug moeten gaan naar haar vader en wachten tot de derde zoon oud genoeg is. En Thamar is nu de uitgestotene. Geen deel meer van de familie en geen deel meer aan de toekomst van het volk van God. Maar Thamar is nu juist de gestalte van het geloof, die nog wel vertrouwt op God, ook al is er naar aardse maatstaven weinig meer te verwachten van die weg van het geloof. Zij blijft daarin volharden. Ik zeg niet voor niets een gestalte van het geloof. Want wat een geloof is er nodig. Eenmaal ongelukkig getrouwd en je man verloren. Een tweede keer ongelukkig getrouwd en weer je man verloren. Vervolgens uit de familie gezet en door iedereen bekeken als een soort behekste vrouw waar alleen maar ellende van komt. Ongeschikt voor het leven. Is dit nu de weg van God met een mens? En daar zit ze dan weer thuis, bij pa en ma op de bank.

Daar zit je als je vriend of vriendin, of je man of vrouw je aan de kant heeft gezet. Ik heb een plaatje van mijn toekomst, maar daar kom jij niet in voor. Alweer een baan die niet bracht wat je ervan verwachtte. Een handicap waardoor mensen je voortdurend buitensluiten. Wat doe je dan? Laat je het erbij zitten, of blijf je toch geloven dat God je leven wil zegenen.

Zo zien we ook Tamar als het ware weifelen…Wat  komt er terecht van de belofte van vader Juda? Niet veel waarschijnlijk.  Nu Tamar eenmaal op veilige afstand is, houdt hij zijn belofte aan haar niet en Tamar kan de rest van haar leven weduwe blijven. Leg je je daar bij neer? Laat je misschien de verbittering in je leven toe? Of blijf je toch geloven in de toekomst en in rechtvaardigheid. Blijf je toch geloven dat je in Gods plaatje van Zijn toekomst nog wel past.

Op een dag komt er nieuws. De vrouw van Juda is overleden. Dat is voor haar het moment een list te bedenken. Zij verkleedt zij zich als prostituee en gaat op een plek zitten waar Juda vast en zeker langs zal komen. Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een hoer, omdat zij haar aangezicht bedekt had. Hij wil van de diensten van deze vrouw gebruik maken, maar hij heeft niets om haar te betalen. En dat biedt Thamar precies de gelegenheid waar ze op gehoopt had. De gelegenheid alles naar haar hand te zetten. Ze vraagt van hem voorwerpen als borg, voor de uitgestelde betaling. Zijn zegelring, zijn snoer en zijn staf. Voorwerpen die zijn macht als man en familiehoofd typeren en die hem ook als individu kunnen aanwijzen. Ze zijn uniek voor hem.  Hij is bereid alle tekenen van eer en persoonlijke identiteit af te leggen.

Zo ver staat dit stapje misschien niet eens van ons af. Het is de jaarlijkse septembermarkt. En dan mogen de remmen wel eens los. Ook wel weer mooi dat de bijbel dat zo eerlijk laat zien. En dan niet bij de heidense volken, maar van de eigen aartsvader. Maar zelfs daar gaat het hier ten diepste niet om, alsof het er alleen maar om gaat de heilige als een schijnheilige te ontmaskeren. Nee het gaat erom dat voor het oog Juda zijn zaakjes en manipulaties op orde heeft, maar op de achtergrond de vraag om het recht nog klinkt. Die vraag wordt niet verstomd, maar blijft onophoudelijk klinken. Terwijl Juda denkt dat hij de touwtjes wel eens kan laten vieren, raakt hij ongemerkt verstrikt in zijn eigen leugens. Zodra Juda uit het zicht is, kleedt Thamar zich om en wacht op wat komen gaat. Juda gaat weer naar huis. Nu alleen nog de betaling nakomen en Juda kan weer met een opgeruimd gemoed zijn rol als familie hoofd op zich nemen.

Het beloofde geitenbokje wordt gestuurd en zo hoopt Juda het pand uit de hand der vrouw in ontvangst te nemen, maar deze knecht treft de vrouw niet aan.  De vrouw wordt niet meer gevonden en Juda besluit om het er maar bij te laten zitten.

Drie maanden later. Juda leeft nog steeds met naam en eer van het familiehoofd. En hij is zich niet bewust van zijn kwetsbare positie. Hij reageert dan ook ongelooflijk hardvochtig wanneer hij hoort dat zijn schoondochter, die hij min of meer verstoten had, zwanger is geworden. Thamar zwanger een vrouw op overspel betrapt,  die moet extra zwaar gestraft worden. Hij denkt nu eindelijk de toekomst veilig te stellen. Thamar zal gedood worden en  zijn geslacht zal verder gaan en de toekomst gaat weer open.  Nu is hij definitief van Thamar verlost.

Het volk verzamelt zich op het plein. Het geschreeuw zwelt aan. De mensen krijgen een waas van bloeddorstigheid voor hun ogen. Nu zal deze heks het weten. Maar midden in dat rumoer, vlak voordat haar lot wordt bezegeld…

De floers van moordlust wordt verdreven door een vraag: Kijk dan toch! Wat heb ik hier in mijn handen?  Er valt er een streep zonlicht op de gouden letters van het raadhuis. DICITE IUSTITIAM. En Juda ontwaakt uit zijn roes van moordlust. In zijn ijver en zijn eigen gelijk maakt hij nu juist dat de toekomst helemaal dichtgaat. Hij dreigt met de doodstraf voor de vrouw die nu uitgerekend zijn eigen kinderen draagt. En wanneer alle ogen dezelfde kant opkijken en hetzelfde zien, namelijk een vrouw die door haar gedrag het onheil heeft gebracht. Dwingt zij hen om hun ogen te openen. Zie eens goed, van wie deze zegelring en snoeren en staf zijn.  Zie eens goed! Daar gaat het eigenlijk de hele tijd al over. Juda’s eigen zonen doen kwaad doen in de ogen van God. Maar Juda ziet alleen maar dat Thamar schuldig is. Er zit een vrouw langs de weg, voor wie  hij verantwoordelijk is, maar Juda ziet alleen maar een vrouw waar hij gebruik van kan maken. Thamar is een overtreder en een bedreiging voor de toekomst, maar zij dwingt iedereen anders te leren kijken. Zij is de enige die door alles heen, met alle middelen die zij had, heeft gestreden voor een plekje in Gods toekomst.

Niet ik ben de bedreiging van jouw toekomst en nageslacht, ik draag zelfs jouw nageslacht. Dat moet Juda nu ook zelf erkennen. Niet ik was rechtvaardig, niet de gewoontes en de beslissing die wij als wijze mannen hebben genomen was rechtvaardig. Maar zij!  Zij staat tegenover mij in haar recht, omdat ik haar niet aan mijn zoon Sela heb gegeven!

Waar gaat het nu om in deze tekst? Misschien roept het nare herinneringen op. Over seksuele grensoverschrijdingen. Ervaringen die je voor de rest van je leven met je meedraagt. Dan kan alleen de associatie het verhaal al op afstand brengen. Is het in de bijbel nu ook al zo triest gesteld met menselijke verhoudingen? Gaat het er in de bijbel nu ook al zo aan toe dat mensen voortdurend met list en bedrog vooral hun eigen toekomst veilig stellen? Toch is het bovenal een verhaal in de Bijbelse zin. Een verhaal van bevrijding. Een verhaal van recht

Het laat niet alleen zien dat mensen altijd verstrikt zitten in een web van leugens en intriges. Dat mensen altijd gedreven worden door onbewuste motieven, handelen uit zelfzucht of een obsessie, dat vinden we in alle vormen van menselijke cultuur.  Maar in de bijbel is er meer dan dat. Dat is wat Juda ook ziet aan het einde van het verhaal. Er is ook tsedaka; gerechtigheid.

Er is een gerechtigheid die in staat is om de blik van mensen als Juda, een blik die vertroebeld is door verlangen en vertroebeld is door een geloof in eigen gelijk en het eigen kunnen…om die blik te veranderen. Als het ware een nieuw perspectief te geven.
We denken wel eens; Ik zie anders niets van die gerechtigheid van God. Niet in de wereld om mij heen en ook niet in mijn eigen leven. Wij lijken vaak meer op Juda. Goed dat er regels zijn, maar soms moet je de zaken naar je eigen hand zetten, desnoods ten koste van anderen.

Toch geloven we dat die gerechtigheid er is. Maar hoe moeten we ons dat voorstellen? Ik heb een aanwijzing gevonden in het slot. Daar wordt duidelijk hoe God, en zijn gerechtigheid, staan ten opzichte van die menselijke neiging tot uitsluiten en vernederen. We zullen die laatste verzen nog eens lezen.

Toen het nu de tijd was, dat zij baren zou, was er een tweeling in haar schoot. En toen zij baarde, stak er één zijn hand uit, en de vroedvrouw nam die, bond om zijn hand een scharlaken draad en zei: Deze is het eerst gekomen. En toen hij zijn hand weer introk, daar kwam zijn broeder, en zij zei: Hoe krachtig zijt gij doorgebroken, en zij gaf hem de naam Peres.  En daarna kwam zijn broeder aan wiens hand de scharlaken draad was, en men noemde hem Zerach.

De zwangerschap van deze tweeling leidt tot een opmerkelijke bevalling. Het kind dat het eerste komt wordt weer teruggedrongen door het andere kind. De tweede breekt onverwacht door. Nu klinkt dit misschien allemaal een beetje fabelachtig, maar voor een deel klopt het wel wat hier staat. Als een tweeling nog in de moederschoot is kan daar vaak iets van het karakter al zichtbaar zijn. Ik ben zelf ook vader van een pasgeboren tweeling en bij onze tweeling kun je ook zien dat degene die het eerste geboren is, dus de beste plek had, ook meer temperament heeft en  het hardste kan huilen en schreeuwen. Dat schijnt vaker zo te gaan. Maar in dit geval gaat het nog anders, de tweede, de zwakkere breekt onverwacht door. Degene die de tweede positie had komt onverwacht vooraan.

De eerste is de laatste. De zwakkere verdringt de sterkere. Dat woordje doorbreken, dat echoot door de hele bijbel heen en dat is een toelichting bij die gerechtigheid. Het gaat op de manier van Peres, op de manier van de doorbreker. De doorbreker is Messiaans. Het is een aankondiging van de komst van Christus. Bij Amos is de doorbreker ook een naam voor de Messias. De zwakke die overwint. Het lam op de troon. En in Matteüs lezen we de namen van Tamar en Peres ook weer in het geslachtsregister van de Christus. Daar komen we de namen tegen van Tamar en Ruth en Rachab. Allemaal vrouwen die tegen de stroom op zijn gegaan. Wij zeggen dan zo gemakkelijk. Dat is typisch de weg van de Here Jezus, die zich niet tegoed voelde om met hoeren en tollenaren in een adem genoemd te worden.  Maar ze staan daar niet ondanks wat ze gedaan hebben, maar dankzij wat zij gedaan hebben,  omdat ze tegen hun omgeving in, op God vertrouwd hebben. Omdat ze het  goede gedaan hebben. Door hen is Gods gerechtigheid, het heil in Jezus Christus. En soms zien we daar iets van. En daar denk ik dan aan als ik langs het Regthuys kijk. Dicite Iustitiam. Leert de gerechtigheid. Zoek in je leven het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.

ontwikkeld door Accent Interactive