Waarom zou ik naar de kerk gaan? Hebr. 10:24

Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen.
Hebreeën 10:24

Het was de afgelopen dagen behoorlijk warm. Als het dan zo warm en broeierig is, dan heb ik vaak geen energie om dingen te doen. Als het zondag maar niet zo warm is, dacht ik. En ik bedacht me dat – als ik geen dominee zou zijn en deze zondag niet zou hoeven voorgaan – ik liever thuis zou blijven. Ondanks de warmte toch maar aan de preek begonnen. En omdat ik weer verder wilde gaan met deze Hebreeënbrief, kwam ik ook deze tekst tegen. “Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen.” En toen dacht ik aan het gemak waarmee ik zelf zou zijn weggebleven, en dan ben ik hier vanochtend misschien wel omdat ik nu eenmaal de voorganger was en dat is een stok achter de deur. Maar ik kan me voorstellen dat het voor heel veel mensen nog veel gemakkelijker is om niet naar de kerk te gaan.

En wat is daar eigenlijk zo verkeerd aan? We kunnen ook thuis geloven, we kunnen de televisie aanzetten om naar ds. Van der Veer te kijken. Vroeger moest je naar de kerk. In nogal wat gezinnen is dit een bron van spanningen en conflicten. Kinderen vonden het saai en moesten van hun ouders naar de kerk. Maar waarom eigenlijk? En lange tijd was er nog wel de discipline om naar de kerk te gaan, ook al wisten de kinderen en vaak ook de ouders niet precies te verwoorden wat daar nu het belang van was.  En de laatste jaren zien we dat die gewoonte en discipline er ook niet meer is en neemt de kerkgang hard af.

En dan kunnen we wel gaan proberen om mensen weer te motiveren, om mensen misschien zelfs te verleiden om naar de kerk te gaan door andersoortige diensten te houden, maar dat heeft helemaal geen zin als we die vraag niet beantwoorden. Waarom is dat zo belangrijk om naar de kerk te gaan? Stel dat net als zovele kerken in Nederland ook deze kerk zou moeten sluiten. Wat missen we daar dan aan? Het leven gaat gewoon door. De meeste van onze kinderen en kleinkinderen weten eigenlijk niet beter en het is nou niet bepaald zo dat ze een goddeloos leven leiden.

Waarom zou ook in de gemeente van de Hebreeënbrief dat nu zo belangrijk zijn, die onderlinge samenkomsten. Ik wil in deze preek dus ingaan op onze situatie, maar ik wil eerst kijken naar de Hebreeënbrief. Als we nog eenmaal kijken naar het spreken over de offerdienst in het Jodendom, hebben we in de vorige preken al gezien dat de Hebreeën in een onzekere tijd leefden. Het centrum van het geloof was de offerdienst. En de situatie was zo dat de tempel verwoest was en daarmee ook de offerdienst. En ook voor hen was het dus de vraag, wat doen we nu precies als we naar de kerk gaan? En de Hebreeënbrief wijst dan op twee dingen. De offerdienst in de tempel is niet meer nodig, omdat de dood van Jezus Christus het uiteindelijke offer was. Hij is de hogepriester waar de tempeldienst eigenlijk maar een wegwijzer voor was.
En het tweede is dat gemeenteleden geen offers meer hoeven te brengen, maar dat zij hun leven in dienst stellen van God. Het priesterschap van alle gelovigen. De offers die we brengen zijn onze liederen, onze gaven, ons dienstbetoon aan elkaar. Dus waarom zou je naar de kerk gaan?  Dat zijn onze geestelijke offers. En dat is de betekenis van het kerk zijn.  De gemeente is dus een geloofsgemeenschap. Het doel is niet de offerdienst, maar het leven van de gemeente in dienst van God en van elkaar.

Dat is niet alleen een verandering die toen speelde. Ook vandaag de dag zien we dat mensen zich dat afvragen. Juist in de protestantse traditie waar wij deel van uitmaken. En het is heel verhelderend om onze traditie te vergelijken met de Rooms Katholieke kerk. De ontkerkelijking gaat in de Rooms Katholieke Kerk nog veel sneller dan bij ons. Maar vreemd genoeg is dat voor Rooms Katholieken een veel minder groot probleem dan voor protestanten. Voor de protestanten is juist de samenkomst van de gemeente de zaak waar het om gaat.

In de Rooms Katholieke kerk is de dienst eigenlijk compleet als de priester de eucharistie viert. Tot in de jaren 60 van de vorige eeuw werd deze in het Latijn gevierd en stonden de priesters letterlijk met hun rug naar de kerkgangers toe. De mensen in de kerk snapten niet waar het om ging. Misschien kent u wel de uitdrukking dat het allemaal hocus pocus is. Of de toverspreuk uit kinderverhalen,  Hocus Pocus Pilatus pas. Dat zijn woorden uit de Latijnse versie van de geloofsbelijdenis die bij ons sinds de reformatie in het Nederlands word gelezen. Die onder Pontius Pilatus geleden heeft. In het Latijn: ‘sub Pontius Pilatus passus est’ . Misschien heeft u wel eens een Rooms Katholieke viering meegemaakt en dan zult u gemerkt hebben dat alleen het brood wordt uitgereikt aan de gelovigen. Ook dit heeft weer te maken met die offergedachte. Wijn en brood worden ook echt lichaam en bloed van Christus. Dus het risico om dat te verspillen was aanwezig en daarom was het veiliger om mensen alleen het brood op de tong te leggen en de wijn veilig op het altaar te laten staan.

Voor ons is dat heel anders. Wij kennen niet die offergedachte. Het lichaam van Christus zit niet in brood en wijn. Op het moment dat de gelovigen samenkomen en in liefde brood en wijn delen, dan is de gemeente het lichaam van Christus. Het gaat om het samenzijn en als er brood of wijn over is, kan die na afloop door de gootsteen. Dat is onvoorstelbaar in de Rooms Katholieke beweging. Er kan op praktisch vlak heel veel toenadering zijn, maar als dominees en priesters over deze dingen gaan spreken, zijn dat twee totaal verschillende werelden. Daar komt echt geen akkoord over.

Maar nu terug naar de Hebreeënbrief. Aan de ene kant zien we dus een geweldige nadruk op het offer van Christus maar als we dan lezen waartoe de gemeente geroepen is, dan is het niet om dat offer te herhalen, maar om samen te komen. De priester is niet degene die Hocus Pocus zegt, maar zegt Paulus: Alle gelovigen zijn priesters. In de kerkdienst, door gezamenlijk te bidden, te zingen en het avondmaal te vieren, is dat het dankoffer dat wij aan God opdragen. Als er geen gemeente meer is, dan houdt alles op. En voor katholieken is het uiteindelijk voldoende als de priester de eucharistie opdraagt, ook al zit er niemand meer in de kerk. De catechismus stelt in zondag 12 de vraag:  “Maar waarom wordt u een christen genoemd1? “ En het antwoord dat gegegeven wordt is:  “Om als profeet zijn naam te belijden als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren.”

We worden dus opgeroepen om een gemeente te vormen. En als we dan kijken naar wat dat gemeentezijn inhoudt, is dat eigenlijk heel veel. Als we alleen al in de verzen die we vanmorgen  gelezen hebben aanstrepen welke dingen we in de gemeente mogen verwachten:
elkaar liefhebben, het goede te doen, elkaar bemoedigen, met elkaar meeleven. Nou dat is dus wat gemeente zijn inhoudt. En gelukkig is dat ook wat we al heel veel doen. Als je kijkt wat we hier als gemeente doen, de honderden huisbezoeken per jaar, samenkomsten, 60 bossen bloemen per jaar, vrijwillige bijdragen, vrijwilligerswerk, duizenden euro’s naar diaconale doelen. Daar mogen we ook dankbaar voor zijn, en ook een beetje trots. Noem eens een organisatie in Nieuwkoop die dat doet? Als politici het over de kerken hebben, dan noemen ze die vaak in een adem met de voetbalclub en de moskee en het buurthuis. Dat noemen ze dan het maatschappelijk middenveld. Nou, ik ben nog nooit bij SV Nieuwkoop geweest, en ook niet in het buurthuis, maar ik denk dat die clubs toch met heel andere zaken bezig zijn dan deze kerk. En ook onderzoek naar vrijwilligerswerk en bijdragen aan goede doelen, blijkt dat de kerken daarin toonaangevend zijn.   Daar mogen we best een beetje trots op zijn en ja, het zou jammer zijn als dat zou verdwijnen.

Maar tegelijk zien we ook dat mensen daar niet meer voor gemotiveerd zijn. Het is de oudere generatie die het nog doet en de jongere generatie neemt het stokje niet over. En dat is jammer. Dat zet de kerk onder druk. En dat is niet een probleem dat alleen de kerken treft. We hebben heel lang gedacht dat ook zonder de preek en zonder de kerk de gemeenschap wel door zou gaan. Maar als we de laatste jaren een ding hebben gezien, dan is het dat ook de burgerlijke gemeenschap aan het verdwijnen is. Als je nu kijkt wat er ook in een dorpsgemeenschap als Nieuwkoop aan het veranderen is, dan zie je een complete afbraak van de gemeenschapszin. Of het nu gaat om de liberalisering in de zorg of de onderlinge betrokkenheid van mensen, de sociale woningbouw. In alles zie je dat terug. Ik houd me de laatste tijd bezig met de geschiedenis van Nieuwkoop, en dan zie je dat tot ver in de jaren 70, de gemeenschap nog op een heel andere manier functioneerde. Foto’s uit die tijd laten zien dat op allerlei momenten mensen hun betrokkenheid lieten zien. Ook daar zou je dus kunnen zeggen dat de onderlinge samenkomst wordt verwaarloosd. We moeten dus niet denken dat dit probleem alleen de kerk treft er is een breder proces gaande. En we moeten ons ook niet inbeelden dat wij als kerken dat probleem kunnen oplossen.

Wat kunnen wij eraan doen? Wat verandert er als we de kerk en de onderlinge samenkomst verzuimen? Vraag je af wat er voor in de plaats komt. Ik zou niet zo gauw iets kunnen noemen, wat in de buurt komt van die geloofsgemeenschap. We zien wel dat er een proces van individualisering gaande is en dat steeds meer dingen in onze samenleving niet meer gebaseerd zijn op saamhorigheid, maar op marktwerking. Dat is de keerzijde, die we vaak niet willen zien, maar die wel degelijk ons leven beïnvloedt.

Ik denk ook dat we veel kunnen leren van andere kerken, vooral van kerken in Azië, Afrika en Zuid Amerika. Deze week sprak ik met de familie Koliloedjoer die op Java zijn geweest. Een kerk zo groot als deze zit daar 4 keer op een zondag stampvol. Juist omdat de Islam daar zo dominant aanwezig is, zien mensen heel scherp het voorrecht om bij de christelijke gemeente te mogen behoren.  De gedachte om de samenkomsten te verwaarlozen komt niet bij ze op.

Kees Punt gaat nu naar Bolivia, een plek waar juist de Protestantse gemeenschappen een geweldig getuigenis kunnen geven. In veel Zuid Amerikaanse landen zijn de mensen enorm teleurgesteld in de Katholieke kerk, omdat deze vaak onder een hoedje speelde met dictators en grootgrondbezitters en niets deden voor de armen. De onderlinge liefde en hulp die juist in Protestantse kerken en pinksterkerken zichtbaar is, betekent voor die mensen een dag en nacht verschil.  Wat kunnen we nog veel leren van die broeders en zusters.

Ten slotte kom ik nog terug op de Hebreeënbrief. Als me een ding opvalt is dat daar steeds twee dingen tegelijk gezegd worden. De gemeente wordt aangemoedigd om elkaar vast te houden. Dat ten eerste. Maar tegelijk worden de gelovigen ook weer gewezen op Jezus Christus. En dat we dat bij elkaar houden en niet alleen de sociale kant benadrukken, maar ook tot groei komen in het geloof en Jezus Christus centraal stellen in ons leven. Dat is de uitdaging. Alleen als we leven vanuit zijn woord, krijgt ons gemeente-zijn de voeding die het nodig heeft. Dat was toen en dat is nu onze roeping. Om te volharden als het moeilijk is en om vervuld te worden met hoop en verwachting. Dat Jezus Christus dezelfde is. Toen en nu. Amen.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive