De zondeval van het christendom. Hnd. 4:32-5:11

“Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen.”

In het vorige hoofdstuk wordt stil gestaan bij de strijd die er is in de wereld. De koningen van de aarde gaan tekeer. We leven in een wereld van zonde, onrecht en geweld. Dat zien we elke dag en het is die wereld die ons eerst geschetst wordt. De koningen staan niet alleen op tegen elkaar en tegen mensen, maar ten diepste tegen God en zijn gezalfde. En daarom is het beslissende geweld in deze geschiedenis het lijden en sterven van Jezus. Daar is het allemaal op uitgelopen. Dat was de climax. En na dat geweld wordt het stil. En in de stilte daalt de geest van God neer op de mensen. Het geweld heeft niet het laatste woord. En ook het geweld dat Jezus is aangedaan heeft niet het laatste woord. Na het geweld wordt het stil. De geest van God daalt neer op de mensen.

En dat is wat we in Handelingen 4 zien gebeuren. Na Jezus’ dood en na zijn opstanding begint iets nieuws. Een nieuwe schepping. En eigenlijk gaat het om twee dingen: de verkondiging van de naam van Jezus, dat is het eerste. Ik gebruik bewust het woord verkondiging. De gemeente is geen herdenkingsplek, maar draagt uit aan de wereld dat de dood en opstanding van Jezus de wegwijzer is voor een nieuw leven.
En dat is het tweede wat we in deze geschiedenis zien gebeuren. Er ontstaat een nieuwe gemeenschap waarin mensen op een nieuwe manier met elkaar verbonden zijn. Door de geest zijn zij verbonden en vormen ze het lichaam van Christus. En om dat laatste gaat het hier. Het is alsof de auteur van de Handelingen een nieuw paradijs laat zien, waarin mensen in liefde en eendracht samenleven. Mensen verenigd in gebed. Een nieuw lichaam, een nieuwe gemeenschap. Een nieuwe schepping.

Voor veel mensen zijn deze woorden een inspiratie geweest. Toen in de 19e eeuw de arbeiders uitgebuit werden, werden ze geïnspireerd door het socialisme. De socialistische leiders beloofden gelijkheid en gedeeld bezit. Niet ieder voor zich, maar samen eerlijk delen. En vaak wezen ze dan naar deze hoofdstukken uit handelingen. En terecht. Juist deze woorden uit de bijbel laten zien dat kerk zijn niet alleen gaat om het geloof en om de geestelijke zaken, maar dat dat ook zichtbaar moet worden in hoe je omgaat met je naaste, met het opkomen voor armen. Maar juist die socialistische leer zorgde voor veel onheil. Men wilde een soort hemel op aarde maken, waarin geen ongelijkheid meer zou zijn. En als dat niet op vreedzame manier kon, dan kwam daar geweld aan te pas. En zo ging een groot deel van Europa decennialang gebukt onder het communisme en socialisme. Een stukgelopen droom van een hemel op aarde.

Zou het ook zo gaan met die eerste gemeente? Ook hier lijkt een paradijs op aarde te zijn aangebroken. Maar Lucas wil zijn lezers voor een misverstand behoeden. Ook de mensen die in Jezus geloven zijn maar mensen. En als jullie een echte gemeente van Christus willen zijn, zul je zien dat ook daar de zonde nog zijn werk kan doen. Daarom geeft hij zo opvallend veel aandacht aan die opmerkelijke geschiedenis van dat ongelukkige echtpaar Ananias en Safira. Rijke, ondernemende mensen. Tot geloof in Jezus gekomen en nu actieve leden van de gemeente. Niets is ze te gek. Ze zetten zich in voor armen en zieken. En op een dag doen ze een grote transactie. Als de verkoop besloten is staan samen te kijken naar de grote zak die op de keukentafel staat. En ineens zeggen ze: “We hebben het zo goed”. We hebben dit geld eigenlijk helemaal niet nodig! Zullen we het aan de kerk geven? Alles? Vraagt Safira. Ja, alles. We hebben zoveel ontvangen nu kunnen we iets terug doen. Nu slaat bij Ananias de twijfel toe. Of zullen we de helft doen? Even is het stil. De twijfel slaat toe en ongemerkt kruipt een slang onder de keukendeur naar binnen.  Weet je wat? We geven de helft en we zeggen dat het alles is. Een mooi gebaar en we houden genoeg over voor ons zelf. En zo gaan ze naar de kerk. In opperbeste stemming komen ze bijeen met hun broeders en zusters. Er wordt gecollecteerd en de zak met geld komt op tafel. Bewondering en lof van velen. Een enkeling voelt zich misschien ongemakkelijk, omdat hij wel wet dat hij nooit zo’n bedrag zou kunnen geven.
Petrus is vervuld van de Geest. En zoals u weet ziet de Geest het hart aan. En de Geest geeft vele gaven, maar heeft ook  een scherpe blik. De Geest, zegt Paulus overtuigt ons van zonde, gerechtigheid en oordeel. De geest maakt de verborgen beweegredenen van ons hart openbaar. En de geest heeft gezien, dat achter Ananias de slang de kerk binnenkroop.

De verboden vrucht is geplukt. De geest waait nog door de tuin. Maar er is wel iets veranderd. Zoals eens God Adam riep, Adam, waar ben je? Zo klinkt nu de stem van Petrus: “Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen?” De onoprechtheid van Ananias komt aan het licht. Hij valt ter plekke neer. Als even later zijn vrouw binnenkomt wordt ook haar de vraag gesteld. En als zij ook deel blijkt te zijn van het complot, valt ook zij dood neer.

Het verhaal doet ons huiveren. Waarom deze strenge straf die zo voor het oog maar een klein vergrijp hebben begaan. De kerkrentmeester had een oogje dicht kunnen knijpen en er was niets aan de hand geweest. Toch wordt er een punt van gemaakt. Ik denk dat dit verhaal om een bijzondere reden in de bijbel staat.

Ten eerste om een realistisch beeld van de gemeente te schetsen.  Ook gelovigen zijn zondige mensen. Het verhaal laat zien dat we niet hoeven te streven naar een zuivere kerk van alleen maar heiligen. Ook de kerk kent zonden en het is belangrijker om dat te accepteren en daar op een goede manier mee om te gaan, dan te verwachten dat we een paradijs op aarde moeten realiseren. Dat leidt alleen maar tot teleurstellingen.

Het tweede is dat de zonde van Ananias en Safira niet is dat ze iets verkeerd hebben gedaan. Petrus zegt duidelijk dat ze het land niet hadden hoeven verkopen. En als ze maar de helft wilden geven was het ook goed geweest. Het probleem is dat ze het niet met hun hart deden, maar met de verkeerde redenen naar de kerk waren gekomen. Misschien voor eigen eer, misschien om zich beter voor te doen dan ze zijn. Ook dan geldt: het is beter je eigen grenzen onder ogen te zien, dan je beter voor te doen dan je bent. De Heer ziet het hart aan en het gaat erom dat je het goede pas kunt doen, als je dat met de juiste intenties doet.

Het derde is dat het gaat om de kern van het gemeente zijn. Ananias en Safira hebben gehandeld uit ongeloof. De Heilige Geest wil ons door liefde aan elkaar verbinden. Als je om andere reden naar de kerk gaat of tot de gemeente wil behoren doe je het werk van de Heilige Geest afbreuk. Het gaat er niet om dat dit wel of niet wordt gedaan, ook niet dat er nu eenmaal regels zijn en dat de dader wordt gestraft. Het gaat om de intentie van het hart. Die legt de Heilige Geest haarscherp bloot.

Zo was het in de eerste gemeente al. In de moederkerk van Jeruzalem nog wel. Een gemeente waarin de apostel Petrus de voorganger was. Dan hoeven we ons ook niet te schamen dat het bij ons ook zo kan zijn. We zijn geroepen tot liefde en dienstbetoon, maar ook bij ons zit er wel eens een addertje onder het gras. Daarom hebben we een kerkorde en daarom hebben we ambten. De ambten houden opzicht over de gemeente. De ouderlingen in geestelijke zaken en de diakenen en kerkrentmeesters in materiële zaken. En de ambten, de predikant de diaken en de ouderling staan ook weer onder opzicht. Dat gebeurt door de classicale vergadering. Dat is geen teken van zwakte, maar dat is omdat ook de kerk bestaat uit mensen. En de vraag is niet of gelovigen, ambtsdragers, predikanten wel eens verkeerde dingen doen. De vraag is of hoe we daar mee omgaan. Voor veel mensen is hun ervaring met de kerk stukgelopen op de mensen die ze daar ontmoetten. Conflicten, schijnheiligheid en wat al niet meer. Je komt om God te ontmoeten, maar je loopt vast op mensen. Moet je daar nu voor naar de kerk gaan? Ja, de kerk valt vaak tegen en de wereld valt vaak mee.

Ik denk dat we ons allemaal wel iemand kunnen indenken die op die manier is afgehaakt. De kerk waar je juist ruimte wilt ervaren, liefde en verbondenheid,  maar waar je door mensen wordt veroordeel en de maat genomen. De tekst geeft ons juist daarin een leidraad. Het oordeel wordt niet door de mensen uitgesproken, maar door de geest. En daarbij is de gezindheid van het hart bepalen. Als we ons nu eens in de plaats van Ananias en Safira zouden stellen. En we zouden gevraagd worden naar de oprechtheid van onze bedoelingen. Zouden we dan staande blijven? Nu als je zo eerst naar je eigen hart en je eigen motieven kijkt, en dan pas naar een ander, dan zou het werk van de Heilige Geest de ruimte krijgen.

Op die manier moeten we bescheiden zijn. We zijn maar mensen. En zeker als het gaat om geld en rijkdom zijn er maar weinig mensen die niet in verleiding komen. Daarom hebben we ook kerkrentmeesters. We hebben steeds te maken met geld dat vrijwillig en uit liefde is gegeven. Daarom is het ook belangrijk dat dat wordt verantwoord en dat de bonnetjes kloppen. Ook dat is dienstwerk aan christus en zijn gemeente.

De diakenen zijn geroepen om te werken aan de barmhartigheid en gerechtigheid in gemeente en wereld. Ook hier geldt. Het zijn beperkte mensen die het doen. Laten we daarom voor ze bidden. Maar dat niet alleen. Ze zijn ook geroepen om de gemeente toe te rusten tot de dienst van barmhartigheid. Dat legt ook bij de gemeente een verantwoordelijkheid. Dat wij diakenen hebben, betekent niet dat zij het voor ons gaan doen, maar dat we ook zelf in beweging worden gezet om als diakenen, dienaren er voor elkaar en de wereld te zijn.

De laatste mededeling van de brief is dat allen met grote schrik bevangen waren. De schrik zat er goed in. En dat is goed. Maar al te gauw lopen we met onze menselijke ideeën en gevoelens de Heilige Geest voor de voeten. Laten we klein denken over onszelf en grote dingen verwachten van God. Als wij ons leven, ons hart open stellen voor de Heilige Geest, dan wil hij ook vandaag grote dingen doen.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive