Het leven of de Gehenna. Marcus 9:38-48

Bij deze tekst heb je de behoefte om het maar over te slaan. We horen liever iets positievers en het spreken over de hel heeft iets van een angstgeloof waar we liever niets mee te maken willen hebben. God is een God van liefde en alles wat daarmee strijdt houden we er liever buiten.

Wat is de context? We moeten eerst kijken naar de context van het verhaal. De discipelen komen naar Jezus toe met de klacht. Er is iemand die in uw naam demonen uitwerpt. En dat terwijl hij niet eens in u gelooft.  Wat is het probleem, zou je zeggen. Nou de reden van hun verontwaardiging is dat de discipelen kort tevoren zelf geprobeerd hadden een man te genezen en het was hun niet gelukt. Dit ging om een kind dat de neiging had zichzelf in het vuur te werpen. De vader van deze jongen zegt daar: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd heeft (de demon) hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; Je kunt je iets voorstellen van de verontwaardiging en de jaloezie van deze leerlingen. Het was hun niet gelukt een zo duidelijke manifestatie van het kwade uit te drijven en de eerste de beste querulant lukt het wel.

Met deze twee scenes op de achtergrond doet Jezus dan zijn uitspraken. De discipelen hadden belet de man die boze geesten uitdreef zijn wonderen te doen. Jezus zegt: Dat was een werk van bevrijding en dat mag je niet tegenhouden.  Het is voor Jezus dus belangrijk dat deze werken van barmhartigheid doorbreken. Of het nu gaat om een levensreddend werk of om het simpele gebaar van een beker koud water op een hete dag: dat zijn de tekenen van het koninkrijk. En de leerlingen hadden dat tegengewerkt. Uit onwetendheid, of uit jaloezie om hadden ze een wonder van genezing willen voorkomen. Juist de volgelingen van Jezus waren een tegenkracht geworden tegen het koninkrijk. Tegen zijn discipelen zegt Jezus dan: “Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd. 43 Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur.”

Nu had een vreemde man een medemens gered door een boze geest uit te drijven. Deze mensen zijn kinderen van God, maar als het aan de discipelen gelegen had waren ze in hun ziekte, hun bezetenheid gebleven. Als je trots er toe leidt dat anderen het minder hebben, als je je diep in je hart verheugd over de tegenslag van een ander…wie is er dan bezeten. Dan heeft een demon de controle over je leven.  Dan is de rechtvaardige heerschappij van God vreemd voor je. En wat gebeurt er als trots, machtswellust en jaloezie het voor het zeggen krijgen? Dan offer je vroeg op laat de ander op aan je eigen belangen.

In het oude testament was het toppunt van afgoderij bereikt tijdens de heerschappij van de koningen. Er waren koningen die de dienst aan Moloch toestonden of er zelfs aan meededen. Het hoogtepunt van toewijding aan deze God was het offeren van je oudste zoon. Er wordt in de bijbel en ook in andere bronnen melding gemaakt van voorvallen waarbij koningen hun oudste kind in het vuur wierpen als offer aan Moloch.

Onder koning .. werd er een definitief einde gemaakt aan deze cultus. De plaats waar deze mensenoffers werden gebracht, het dal van Hinnom werd ontwijd en het werd een vuilstort. Om het vuil  van de stad Jeruzalem te verbranden werd er dag en nacht een vuur brandend gehouden. Die plek werd de Gehenna genoemd. Het is gewoon een plaatsnaam. Als je van je vuilnis af moest ging je even naar de Gehenna. Zoals wij even naar het gemeentewerf toegaan. Zoals het vuilnis in grote ovens wordt verbrand.

Misschien was het ook wel dit gehenna vuur waar de bezeten jongen door de boze geest werd heengedreven. Het is alsof Jezus in de bezetenheid, het kwaad en de boze machten van deze wereld die oude Moloch weer de kop op ziet steken. We hebben hem  destijds wel uitgedreven, maar hij zoekt steeds weer naar nieuwe manieren om binnen te komen.

Nu is Jezus gekomen. Hij bindt de beslissende strijd aan met de Moloch. En hij roept zijn discipelen op om te bidden. Dat in hun leven deze Moloch geen plek zal krijgen. Telkens wanneer er mensen zijn die een werk van barmhartigheid doen, een genezing of een glas water, dan krijgt de Moloch er van langs. Als je deze weg van Jezus bestrijdt, dan ben je bezig om plaats te maken voor Moloch. Als het ergens om gaat in het evangelie is het wel dat we elkaar behoeden voor het kwade en in gerechtigheid en liefde met elkaar leven. Waar mensen dat vergeten, zal vroeg of laat het kwade weer de kop op steken. En het vuur van de Gehenna zal opvlammen en steeds nieuwe offers vragen.

Wat betekent dat voor ons in deze tijd? De offers van de heidenen staan ver van ons af.. toch? Of is er ook in onze tijd en samenleving een manier om kinderen op te offeren? Ik las deze week van meerdere processen in de krant waarbij kinderen om het leven waren gekomen in familiedrama’s. Een duistere misdaad, waarvan we ons afvragen…Wat heeft die mensen bezield. Zijn dat geen duivelse krachten?

En wat dacht u van de vele duizenden kinderen in ons land, die eigenlijk nooit geleerd hebben wat liefde en aandacht en een warm gezin eigenlijk zijn? Kinderen voor wie eigenlijk geen plek was

En misschien kennen we het in ons eigen leven ook wel? We zijn druk met werk en onze eigen ontplooiing en hebben we de kinderen daarbij wel eens verwaarloosd. We moeten soms heel wat aan de kant zetten om ruimte te maken voor het kind. Het kan je hand of je voet zijn die je tot zonde verleidt. Maar vul zelf maar in wat jouw leven te groot maakt voor een kind. Je trots, je ambitie, of eenvoudigweg die gewoonte om door je eigen besognes in beslag genomen te worden. Uiteindelijk is het kind Jezus zelf die een plek vraagt in ons leven, maar we zijn te groot om hem te ontvangen.

Deze tekst gaat dus niet over de hel, al hebben veel vertalingen het woordje Gehenna zo vertaald. Is er een hel? De tekst waarschuwt ons dat we door de keuzes die we nu maken niet eens in de Gehenna terechtkomen. Eens zullen de rollen omgedraaid zijn. Jezus stelt een kind in hun midden. In het Nieuwe Jeruzalem krijgen zij een hoofdrol en zullen we zijn als een kind. Aan de macht van Moloch komt eens een eind. En diegenen die met hem meegewerkt hebben eindigen met hem op de vuilnisbelt die sinds jaar en dag als de Gehenna bekend staat, buiten Jeruzalem. Dat is een beeld, net als de zee waarin je wordt geworpen met een molensteen om je nek. De essentie is dat ons leven een plek is waar Jezus’ heerschappij gestalte krijgt. Een grote genade als Jezus je op die manier wil gebruiken? Het is de ware vervulling van ons leven. Daaraan krijgen we deel als we iets van onszelf opofferen en ruimte maken voor het kind. Amen

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive