Leren zien. Marcus 8

Het meest opvallende aan de genezing van de blinde is wel dat het niet in één keer gaat. De genezing van Jezus lukt maar ten dele en Jezus moet de man nog een tweede keer aanraken om hem werkelijk ziende te maken. Zijn zien is onvolkomen en Jezus raakt hem aan zodat hij helder kan zien. Als een kindje net ter wereld komt moet het ook leren zien. In het begin kan het alleen contouren onderscheiden, vage beelden. Vaag onderscheid tussen licht en donker. Als het kind ter wereld komt, kan het zich dus niet door te kijken oriënteren in de wereld. In eerste instantie is er de stem van de ouders die het kind herkent. De geluiden dringen ook in de baarmoeder door en de stem kan vertrouwd zijn.  Het gevoel,  het gehoor, de reuk en de smaak werken allemaal al direct bij de geboorte, maar het zien moet zich nog ontwikkelen. Iedereen heeft langzaam aan leren zien, vormen en kleuren  leren onderscheiden. Als het kind leert zien kan het vaak schrikken. De vormen en de kleuren moeten het kind vertrouwd worden. Eerst is alles vreemd, daarna wordt het eigen en vertrouwd.

Als er een blinde bij Jezus wordt gebracht gaat het net zo. Hij heeft zich een voorstelling gemaakt van de wereld. Op basis van zijn vier zintuigen. En ineens wordt hij bij Jezus gebracht. Nee, deze blinde is niet zoals Bartimeüs die hartstochtelijk roept of Jezus hem ziende wil maken. Hij heeft zo zijn beperkingen, maar hij kan zich oriënteren in die donkere wereld. Waarom zou hij die wereld van het licht willen betreden, waar hij onbekend mee is? En ook Jezus vraagt hem niets. Hij spuugt eens in zin handen. En met zijn speeksel bestrijkt hij de ogen van deze blinde man. Wat vreemd. De meeste uitleggers maken er maar wat van. Het heeft vast iets te maken met oude magische gebruiken. En voor onze oren heeft het iets al te menselijks. Het is een beeld uit het harde leven. De bouwvakker die zich eens in de handen spuugt. En nu aan het werk!

Maar dat is nu juist het mooie. Jezus komt deze blinde man tegemoet met alle zintuigen die hem ten dienste staan. Iemand ongevraagd en zo onhygiënisch met je spuug bestrijken. Het is eigenlijk te gek voor woorden. Maar zo dringt Jezus het leven van deze man binnen.  Met de geur, de smaak, het stof van de straat en het spuug op zijn handen trekt Jezus hem een andere wereld binnen.

Wat moet dat voor deze man geweest zijn? Ik kan me dat niet voorstellen. Hoe kan een mens die nooit iets gezien heeft, beschrijven wat hij ziet? Hij ziet mensen lopen, maar in de wereld zoals die in zijn voorstelling vorm heeft gekregen zijn het net bomen. Je kunt het je voorstellen. Die mensen die daar in schrik en verwondering hun armen opheffen? Het zijn net bomen die kunnen lopen. Wat moet het verwarrende en beangstigend zijn geweest. Ineens die indrukken die hij niet kan plaatsen. Als een kind dat uit de wieg omhoog kijkt en schrikt van een onverwachte beweging en moet huilen bij een vreemd gezicht.

Nu richt Jezus zich voor het eerst tot deze man. Voor het eerst een vraag. Kun je zien, vraagt hij. Jezus heeft blijkbaar de schrik en de angst van deze man gezien. En dan beschrijft deze man zo goed en zo kwaad de verwarrende wereld waarin hij is terechtgekomen. Ik zie mensen als bomen wandelen. Het lijkt wel een boze droom. Kun je zien? Een vanzelfsprekende vraag bij een kind van een paar dagen, zou het al kunnen zien? Een vraag die ook bij Jezus verwacht zou kunnen worden: Heb je nu gekregen, waarvoor ze je bij mij gebracht hebben?

Het antwoord is: Ik zie mensen als bomen wandelen. Daar zit een les in voor de omstanders. De eerste aanraking gaf deze mens het licht weer in de ogen, maar zonder te kunnen onderscheiden. Kijken en onderscheiden zijn twee verschillende dingen. Hadden de omstanders dat begrepen? Dat ze wel konden zien, maar niet onderscheiden. Daar draait het in het Marcus evangelie wel vaker om. Waar het werkelijk om gaat in het leven en in deze wereld blijft vaak voor mensen verborgen, ze zijn ziende blind. Het ware moeten we leren zien. Vanuit zichzelf kon hij mensen niet van bomen onderscheiden, vanuit zichzelf kon hij Jezus ook niet zien. Pas als Jezus hem voor de tweede keer aanraakt ziet hij Jezus voor zich staan. Niet een boom, niet een mens als alle mensen. Maar Jezus, die hem had aangeraakt en genezen.

Maar we kunnen die vraag ook aan onszelf stellen. Wij zijn mensen die blind worden geboren. Niet alleen letterlijk, ook geestelijk. We zien vaak niet meteen waar het om gaat in het leven. Dat moeten we leren in onze opvoeding. En in het geloof is dat ook zo. We zien het niet met onze natuurlijk ogen. Onze ogen moeten geopend worden.
Daarom komt Jezus nog een keer. Nogmaals raakt hij de blinde aan en nu wordt hij ziende. Hij ziet de mensen ver en klaar staat er in de Statenvertaling. Ik neem die woorden maar even over. Ver en klaar. Door Jezus – die tot ons is gekomen – kunnen we die verre God, toch klaar, helder zien.

Vandaag hebben we M.  gedoopt. De doop is het water van Jezus dat onze zonden weg wast. We hebben in de voorbereidende gesprekken gesproken over de verschillende betekenissen van de doop. Vandaag mogen we er een aan toevoegen. Het is het speeksel van Jezus, dat ons geneest van onze blindheid. Het is het water waarin we opnieuw geboren worden.

In het geloof zijn we allemaal blindgeboren kinderen. We moeten het nog leren zien. Wij volwassenen net als onze kinderen. Ik vind het heel mooi om te zien dat jullie daar als ouders jullie eigen weg in zoeken. En gaandeweg daar ook met elkaar over in gesprek raken.

Ik denk dat we op die manier allemaal wat kunnen leren van deze blinde man uit Marcus 8. We hebben net als een kind de wereld in het oog. Maar we willen daarin niet verdwalen, we willen dat onze kinderen zullen onderscheiden waarop het aankomt. Daarom hebben we haar gedoopt. Een eerste stap op de weg met Jezus. Daarmee wil ik jullie en haar van harte feliciteren. Amen

ontwikkeld door Accent Interactive