“Een kind in het midden.” Marcus 9:36

“En hij stelde een kind in hun midden.”Een zin waar we ons aan de ene kant over verbazen en aan de andere kant ook zo vertrouwd.
Aan de ene kant is er de vanzelfsprekendheid waarmee in onze tijd kinderen met alle zorg en aandacht worden bejegend. Mensen van een oudere generatie verbazen zich daar wel eens over. Kinderen worden maar verwend en krijgen veel meer aandacht dan mensen die in de jaren 50 opgroeiden gewend zijn.

Aan de andere kant merken we ook dat in de samenleving een heel ander klimaat is gaan heersen. De veilige structuren en normen van vroeger zijn verdwenen. Kinderen worden blootgesteld aan alles wat zich maar voordoet in de samenleving, geweld op TV en in computer spellen, en  niet in de laatste plaats de aanhoudende verhalen over huiselijk geweld.

Denken vanuit het kind is dus heel moeilijk. Het risico is dat we kinderen zo in het middelpunt zetten dat ze denken dat de wereld om hen draait. Maar hoe bedoelde Jezus het dan?  Dat wij zo bijzondere aandacht hebben voor het kind is te danken aan de verkondiging van Jezus. Voor het eerst in de geschiedenis wordt niet de sterke, de machtige, de vruchtbare als rolmodel, als doel gesteld, maar het kind: Wie niet wordt als kind kan het koninkrijk niet binnengaan.

Wat hebben deze kinderen dat hen voor het geloof een rolmodel maakt? In het vervolg van deze tekst spreekt Jezus voortdurend over hen als kleinen…Dat betekent dat de eerste christenen zoals Jezus ze hier aanspreekt worden geroepen om klein te zijn. Een moeilijke opdracht. Als je het aan de kinderen vraagt, zullen ze juist zeggen dat het leuk is om groot te zijn. Als ik het aan mijn dochtertje vraag wat ze zo leuk vind aan het groot zijn: Zegt ze: Dat je alles zelf mag bepalen. Kinderen willen groot zijn. Maar als je groot bent word je door Jezus geroepen om klein te zijn.

Je moet dus iets inleveren om het koninkrijk binnen te gaan. We kunnen ons voorstellen dat het moeilijk is om dat te accepteren. In de kerk kunnen we dat mooi zeggen, maar in de wereld is het zaak om je niet te laten kleineren. Ik vond de foto die de persfotograaf Rutting maakte van een jongetje in de miljoenenstad in India zo veelzeggend. Het jongetje is klein en gering. Het wekt je medelijden op, maar tegelijk denk je ook: ik zou niet graag met hem ruilen. Ik denk ook niet dat Jezus ons roept op die manier arm en weerloos te zijn.
Wat mij nog meer fascineert is wat het perspectief van de fotograaf is geweest. Hij heeft zich verlaagd tot het niveau van dat jongetje en ineens zag de wereld er anders uit. De volwassen mensen zijn druk met hun dingen en zaken, maar lopen voortdurend langs het jongetje heen. Als het nu zo is, dat het koninkrijk van God zich op dat niveau afspeelt, heeft de fotograaf het precies goed gezien. Wij zijn vaak bezig op dat niveau van de druk heen en weer lopende mensen. Maar we missen het wezenlijke dat zich op het niveau van het kind afspeelt.

Om dat in het oog te krijgen moeten we iets afleggen. Het is beter om klein te zijn en het koninkrijk te beërven, dan groot te zijn en verloren te gaan. We moeten iets inleveren, maar wat? Misschien moeten we de tekst hier maar niet al te letterlijk nemen. Er zijn wel mensen die daar een vreemd genoegen in scheppen om mensen voor dit soort duivelse dilemma’s te stellen, maar dat is niet de bedoeling. Je moet iets opgeven om het koninkrijk van God binnen te gaan.  Als het dan niet je hand of je voet of je oog is? Wat zou het jou mogen kosten om het ware leven te vinden? Zonder zelfonderzoek gaat het niet. We kunnen niet met al onze ambities en eigendunk en grootheid het koninkrijk binnengaan.

De doop is eigenlijk een radicale uitleg van deze tekst. Als een mens gedoopt wordt legt hij eigenlijk alles af. Hij gaat onder in het water en legt zijn oude leven af. Daarna staat hij met Christus op in een nieuw leven. Vanuit zichzelf zijn zij net als wij allemaal, mensen die zich schuldig maken, doordat we leven voor en uit ons zelf. Maar in de doopvragen stond ook dat zij in Christus geheiligd zijn. Door met hem gedoopt te worden krijgen zij deel aan dat andere leven.  Gaan zij bij de gemeenschap horen van die kleinen en geringen. Je leeft niet meer uit eigen kracht en je verlangt er niet meer naar verheven te zijn boven anderen. Je gaat je leven verstaan als iets dat je van God gegeven is en vreemd genoeg geeft dat je veel meer kracht, dan je had toen je nog helemaal voor jezelf leefde.

En dan? Is het dan zo dat we als een weerloos kind zijn overgeleverd aan de willekeur van anderen? Jezus zegt: Juist voor hen heeft God oog. Elke ouder kent de onmacht. Op het moment van de bevalling en niet alles is zoals het behoort te zijn. Als je kind maandenlang op het randje van leven en dood balanceert. Als je kinderen opgroeien en je moet ze loslaten? In de gesprekken met de ouders bleek dat we juist die zegenende en beschermende zorg van God. Dan voelen juist ouders zich als een kind… Het krijgen van kinderen, ze mogen behouden en er voor zorgen. Dat kun je uit jezelf niet. Je loopt al heel snel tegen de grenzen van je eigen kunnen aan, je bent machteloos en je leert daarin te worden als een kind. Je voelt je gering en afhankelijk.

De Heere God heeft oog voor deze geringen. In die ervaringen komt hij dichterbij. God laat zijn kleinen niet aan hun lot over. Voor het oog zijn ze weerloos en overgeleverd aan de willekeur van anderen. Maar dat zal niet altijd zo blijven. Voor zijn troon zijn engelen. En zij aanschouwen onophoudelijk het aangezicht van de Vader. Wat zien zij daar? Zij wachten op een teken. Op een wenk. De weg van Jezus die ons oproept te zijn als een kind is niet vrijblijvend. Zij gaat door, tegen alle verdrukking in. Deze wereld met al haar valstrikken zal niet altijd doorgaan, dat jongetje zal niet altijd blijven bedelen. Op een dag zal hij het teken geven en zullen de engelen de mensenkinderen verlossen. Aan wiens kant staan we dan? Van de gefortuneerde mensen die altijd groot zijn geweest? Of zijn we door de knieën gegaan en hebben we de heer gezien in de minste van dezen? In de neerdalende beweging van Christus, in het ondergaan in het doopwater komt zijn koninkrijk nabij. Jullie  — ouders van deze 6 prachtige kinderen – hebben vandaag de eerste, maar tegelijk beslissende stap gezet op die weg. Zalig zijn zij en zalig zijn jullie, want voor zulke kleine mensen is het koninkrijk van God.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive