Take Shelter. Een apocalyptische film

In de film Take Shelter, zoekt de hoofdpersoon, Curtis Laforche, naar een schuilplaats. Hij vindt die in een schuilkelder in zijn achtertuin. Vroeger werd deze gebruikt in het tornadoseizoen, maar met de huidige kwaliteit van woningen zijn dat soort schuilplaatsen in onbruik geraakt. Wanneer Curtis onheilspellende gedachten, dromen en visioenen krijgt, zet hij alles op alles om de schuilkelder weer intact te maken.

Curtis verricht boorwerkzaamheden voor een bedrijf. Hij blijft zogezegd niet staan bij de oppervlakte, maar dringt door tot diepere lagen. Zijn werk is belangrijk voor hem. Niet alleen geeft het hem en zijn gezin bestaanszekerheid, door zijn werk heeft hij ook een goede ziektekostenverzekering — niet voor alle Amerikanen vanzelfsprekend. Deze verzekering hebben ze hard nodig. Het dochtertje van Curtis is doof en de verzekering dekt het plaatsen van een cochleair implantaat. Ook in Nederland kost zo’n ingreep 65.000 euro en dat zou zonder ziektekostenverzekering moeilijk op te brengen zijn voor een modaal gezin.

Het valt niet mee om je echt te verplaatsen in de wereld van een doof kind. Als de ouders ’s avonds naar het slapende kind kijken, gaan ze ongemerkt toch fluisteren. De mensen horen dingen die het dove meisje niet hoort. Zij staat in zekere zin overal buiten. Alleen met de inspanningen van gebarentaal en een dure ingreep, kan zij met de buitenwereld communiceren. ‘She can’t connect’, zegt vader. En hij weet waarschijnlijk precies wat dat betekent. Ook hij staat overal buiten. Hij ziet dingen die anderen niet zien. In de eerste scène van de film ziet hij regen die als dikke en bruinige oliedruppels op hem neervalt. In de wereld buiten hem zien mensen ook regen en maken ze zich op voor een mogelijke orkaan. Zij zien wel dreiging, maar niet in de apocalyptische proporties waarin Curtis die ziet. Soms heeft hij angstdromen, maar soms is het niet duidelijk of hij droomt. Wat hij ziet is levensecht. Het is niet zonneklaar dat Curtis aan waanvoorstellingen leidt. Wanneer hij zijn psychotische moeder opzoekt, is het duidelijk dat hij zijn ervaringen niet met haar kan delen. Curtis heeft een heel goed beeld van de werkelijkheid — en toch die voorstellingen. Dat is precies de spanning die dit verhaal zo bijzonder maakt.

Na verloop van  tijd gaat hij een riskante lening aan om zijn schuilkelder te financieren. Vrienden maken zich zorgen. In een tijd van crisis kun je je geen misstappen permitteren: “You take your eye off the ball one minute in this economy and you’re screwed”, waarschuwt zijn collega hem. Zijn vrouw, die de eindjes aan elkaar probeert te knopen, maakt het niet meer mee. Na een ernstige nachtmerrie, waarin Curtis in een soort shock terechtkomt, dwingt ze hem openheid van zaken te geven. Hij probeert het uit te leggen, maar zij begrijpt het niet: “It’s not just a dream, it’s a feeling. I’m afraid something might be coming. Something that’s not right.”

De gevolgen zijn niet mis. Curtis wordt ontslagen en raakt vervreemd van vrienden en familie. Tijdens een etentje van de Lionsclub, komt het tot een uitbarsting. Na een botsing met zijn ex-collega barst Curtis uit in een profetische donderbui: “There’s a storm coming.” Als Curtis daarna in huilen uit barst, lijkt zijn vrouw anders naar hem te kijken. Gelooft ze hem? Kort daarna is er daadwerkelijk een storm Curtis en zijn gezin maken gebruik van de schuilkelder. Met een gasmasker op in zijn schuilkelder zien we hem voor het eerst rustig slapen. Als een slak heeft hij zich teruggetrokken in zijn huisje. Zal hij deze kelder ooit nog verlaten? Curtis overwint zij angst en gesteund door zijn vrouw verlaat hij de kelder. De lucht blijkt te zijn opgeklaard.

Dit is precies wat de psychotherapeut hem zou aanraden. Overwin je angsten en zie dat het onwerkelijk is. Je kunt in je hoofd verward zijn, maar de wereld is in orde. Curtis lijkt zijn waanideeën te doorzien en eensgezind slaat het gezin de weg naar herstel in. Als ze een week aan de kust verblijven om tot rust te komen. kijkt het dochtertje verschrikt in de verte. Curtis twijfelt, als hij ziet waar ze naar kijkt. Als hij omkijkt naar zijn vrouw ziet hij dat zij het ook ziet. De lucht wordt zwart, orkanen zwellen aan en bruine oliedruppels vallen uit de lucht. Zij schrikt, maar hij stelt haar gerust. Ik weet wat het is, ik weet wat er komt.

De laatste zondag van het kerkelijk jaar. In de katholieke traditie is het de dag van het uitzien naar de komst van Christus als rechter en koning. Dies Illa Dies Irae, O, die dag, die dag van toorn. Woorden uit de profetie van Sefanja, waar we meestal alleen het laatste deel van lezen en zingen: “Verheug u, gij dochter Sion” De profeet zelf is meer een onbegrepen Curtis, die onheil ziet waar anderen het niet zien. De profeet zal destijds voor gek zijn verklaard en zijn woorden worden ook zondag weer wijselijk overgeslagen.

“De grote dag van de HEER is nabij,
hij is nabij en komt zeer snel.
Hoor! De dag van de HEER!
Zelfs de dappersten schreeuwen het uit!
Die dag zal een dag zijn van razernij,
een dag van angst en benauwdheid,
een dag van rampspoed en onheil,
een dag van duisternis en donkerheid,
een dag van dreigende, donkere wolken.”

Als woorden die op zichzelf staan misschien bevreemdend. Een primitieve God die roept om wraak. Toch maakt de film Take Shelter iets invoelbaar wat vandaag de dag de heilzame betekenis van zo’n profetie zou kunnen zijn. Is er niets om boos om te zijn? Is er geen reden om je toevlucht te zoeken? Ik probeer onze tijd te doorgronden. Nooit waren we welvarender en nooit voelden we ons zo ongeborgen. Het zit in de economie en de gemeenschap, het gevoel dat alles ons uit de handen glipt. Zoals de vriend van Curtis hem waarschuwt: Let je maar een seconde niet op, dan lig je eruit. Die onafwendbare golf van liberalisering die mensen het gevoel geeft dat we niets meer gemeenschappelijk hebben. Politici die ons bezweren dat dat de weg naar de toekomst is, maar vreemd opkijken als de solidariteit verdampt in angstvallig egoïsme. En dan komt het inderdaad neer op de zorg: kunnen we op de zorg vertrouwen en staan we voor elkaar in? Nee dus. Nu vol gas op de immateriële thema’s vuurt Marc Rutte ons aan. Want ja, daar valt nog een wereld te winnen, zonder dat een berekende burger ons een halt zal toeroepen.

De andere lezing van deze zondag is de profetie over de laatste dingen van Jezus in Marcus 13. In deze woorden merk je dat er maar één bijbel is en maar één testament. Net als Sefanja roept Jezus op om te vluchten. Take shelter! De tekenen van deze tijd te verstaan is niet gemakkelijk. Zeker niet voor de mensen in de kerk. Ze denken als de hoorders van Sefanja. “De Heer doet geen goed en geen kwaad.” De profetie is dan ook niet bedoeld om mensen buiten de kerk angst aan te jagen. Het is bedoeld als cochleair implantaat. Ik heb het eens nagezocht, wat dat precies is. Het cochlair implantaat is een hulpmiddel dat geplaatst wordt in de diepten van het oor. Het vindt allemaal plaats in het slakkenhuis, de cochlea van het oor. Als je daar de trillingen kunt opvangen en in de vorm van elektrische impulsen kunt doorgeven, kunnen zelfs doven horen. Dat is de functie van de profetie. Het stelt ons in staat de woorden te horen die de Geest tot de gemeente zegt: De Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.

ontwikkeld door Accent Interactive