Bezwaren tegen de geest der eeuw. John Milbank over liberale samenleving

Bovenstaande titel bevat een overduidelijke verwijzing naar het geschrift van Isaäc da Costa. Dit om de eenvoudige reden dat een van de teksten over christelijke politiek van de Anglicaanse theoloog John Milbank getiteld is: Against the resignations of the age.[1] Da Costa spreekt over bezwaren tegen de geest der eeuw; Milbank richt zich tegen de gelatenheid der eeuw. De `eeuw’ is voor Milbank vooral het postmoderne tijdperk. Waar voor Da Costa de 19e eeuw en haar moderniteit het mikpunt was, biedt Milbank een vlijmscherpe analyse en kritiek van het postmoderne tijdsgewricht.[2] Deze postmoderne periode is gelaten, omdat de grote verhalen en ideologieën hebben afgedaan en regeringsleiders, politieke partijen en kerken geen werkelijk antwoord hebben op het eigenlijke grote verhaal van het postmodernisme: het neo-liberalisme.

De allusie op Da Costa maakt het ook mogelijk Milbank voor de Nederlandse lezer enigszins te plaatsen: voor Milbank is maatschappelijke gerechtigheid een speerpunt van zijn theologiseren, maar dit wordt door Milbank niet verwoord in een activistisch vertoog, zijn denken is eerder wat elitair, en kan voor de Nederlandse lezer geplaatst worden in de geest van het Reveil. Een nadrukkelijk sociaal christendom, zonder het christendom te reduceren tot maatschappelijk handelen. Daarbij ook theocratisch en hoogliturgisch. Gereformeerd partijdenken en laagkerkelijk pragmatisme zijn Milbank vreemd. Bovenal is het denken van Milbank een pleidooi voor de christelijke gemeenschap. In de recente geschiedenis hebben we het heil afwisselend van de markt (het liberalisme) en de staat verwacht (het socialisme). Aan het einde van de ideologieën is het tijd om het verhaal dat door zowel socialisten als liberalen als reactionair is weggezet te heroverwegen: het christendom.

Waarom een artikel over Milbank en waarom Milbank over gerechtigheid? Vooral omdat Milbank op een zeer eigen en diepzinnige manier met de sociale, theologische en economische vragen van onze tijd bezig is. Dat is een zeer spannend denken, omdat niemand weet hoe Westerse samenlevingen zich de komende jaren  gaan ontwikkelen. Deze postmoderne cultuur is vrijer dan ooit. Volgens sommigen zelfs zo vrij dat het atheïsme op zijn retour is en er weer volop kansen zijn voor christelijke rechtvaardigheid. Milbank wantrouwt dit optimisme. Weliswaar biedt de postmoderne cultuur volop openingen voor geloof en christelijke politiek, maar dit neemt niet weg dat er één ideologie is die glorieert in onze tijd en dat is het neo-liberalisme. In de Britse context is het vooral het New Labour van Tony Blair dat Milbank verantwoordelijk houdt voor de verloochening van sociale gerechtigheid.

Voor Milbank is er dus een betere analyse nodig van het postmoderne tijdperk. Het postmodernisme bevrijdt ons niet van de ideologieën van de moderniteit, maar is hier de meest geavanceerde vorm van.  De postmoderne periode begon goed en wel met het ineenstorten van het communisme (een onmisbare anti-bondgenoot die het kapitalisme een schijn van rechtvaardigheid gaf) en bracht het neoliberale denken. Het had ook het moment kunnen zijn om de christelijke wortels van de Europese cultuur te hervinden. Is de huidige stuurloosheid van de EU een indirect gevolg van deze koers? Jarenlange privatisering zonder investeringen in de gemeenschap? Tegen het optimisme van een `terugkeer van de religie’ poneert Milbank de secularisatie als het  kernprobleem van Westerse samenlevingen. Volgens Milbank kunnen we in de postmoderne tijd precies waarnemen wat de essentie van de moderniteit is. Na het einde van de grote verhalen blijft een seculier liberalisme over.

De secularisatie is dus in de postmoderne periode niet voorbij, maar bereikt haar hoogtepunt. Milbank verwerpt de gevestigde definitie van secularisatie als een proces van verdwijnende religie. In deze dominante visie is de secularisatie niet slechts het verdwijnen van een religieuze laag van de Europese cultuur, waarna het seculiere overblijft. Secularisatie is vooral de constructie van een bepaald cultuurideaal en was van meet af aan een grotendeels theologische onderneming. Deze these heeft hij uitgewerkt in zijn hoofdwerk Theology and Social Theory.[3]

Milbank beschrijft de moderne seculariteit ontstaan is. Hij onderscheidt drie bronnen van seculariteit. Ten eerste maakte de theologie van het laatmiddeleeuwse nominalisme een seculiere cultuur mogelijk. In het nominalisme is God vooral door middel van zijn wil en macht verbonden met de wereld en verdwijnt de middeleeuwse gedachte dat de werkelijkheid participeert aan het zijn van God. Wil en macht zullen dan ook de belangrijkste ingrediënten worden van de vroegmoderne verhandelingen over politiek, soevereiniteit en samenleving

Daarmee is de tweede bron van de moderne seculariteit benoemd:  het politieke denken van Thomas Hobbes en Hugo de Groot, waarin niet alleen de politiek als wetenschap wordt uitgevonden, maar ook het object van die wetenschap, namelijk de samenleving. De derde bron van moderne seculariteit ziet Milbank in het denken van Machiavelli. Machiavelli liet de christelijke deugdenleer geheel achter zich en herdefinieert politiek in termen van instrumentele manipulatie.

Het ontstaan van een seculiere cultuur is niet de verwerkelijking van iets dat reeds in de joods-christelijke traditie lag besloten, zoals liberale theologen nogal eens beweren, maar is een constructie die bestaat uit bepaalde theologische en neo-pagane elementen. Milbank ontwikkelt dus een omgekeerde secularisatietheorie, die onder secularisatie vooral verstaat een sacralisering van de wereld die niet meer relatief is ten opzichte van een transcendente werkelijkheid. De belangrijkste producten van deze constructie zijn het kentheoretische subject, de moderne natie-staat en de politieke economie.

Dit idee van de moderne seculiere samenleving als constructie is een belangrijke pijler van Milbanks denken. Een tweede pijler is zijn these over de  aard van de postmoderne cultuur. De postmoderniteit is volgens Milbank geen werkelijke kritiek op de moderniteit. Veeleer is zij de radicalisering van het moderne, seculiere denken. De moderniteit claimde nog kennis over de immanente werkelijkheid; de postmodernen wijzen zelfs deze kennis van de hand als een overschatting van het menselijke kenvermogen. Dit geeft aan het postmoderne begrip van de wereld een buitengewoon onheilspellend karakter. Het postmoderne denken zal immers elke kennisclaim en elke morele beoordeling als voorlopig of als bevooroordeeld van de hand moeten wijzen. In postmoderne theorieën wordt dit wel het principe van de differentie genoemd. Elke oordeel moet opgeschort worden vanwege de ontoereikendheid van onze kennis. Het christelijke, orthodoxe denken is in dit opzicht bescheidener dan het postmoderne denken. Het christelijke denken houdt vol dat het goede en het ware slechts ten dele — op de wijze van de analogie —  gekend kunnen worden, maar dat hoeft niet te lijden tot scepsis. Wanneer differentie als een noodzakelijk aspect van het kennen wordt gezien, heeft deze geen morele betekenis. Om goed te handelen is het ook nodig dat het goede kenbaar is. Milbank argumenteert dus pragmatisch voor de christelijke prioriteit van het goede, tegenover het postmoderne differentiedenken dat elke uitspraak over het goede noodzakelijkerwijs opschort.

Hiermee is een eerste schets van Milbanks visie op gerechtigheid gegeven. In de moderniteit wordt de economische en politieke werkelijkheid op een bepaalde manier gestructureerd. Een werkelijk christelijk denken zal zich hiervan bewust moeten zijn en de veronderstelling van de moderne politiek problematiseren. In het postmoderne discours worden de kentheoretische ambities van de moderniteit ontmaskerd en wordt gerechtigheid ondergeschikt gemaakt aan een `erkenning van verschil’ en een formeel vrijheidsbegrip.

Milbanks denken over de politiek is te verstaan als een kritiek op het monisme dat in de moderne tijd opkomt. Oorspronkelijk betekende seculariteit dat er een onderscheiding was tussen het seculiere en het sacrale. Dit speelt in de moderniteit geen rol meer. De mens leeft nu alleen in het seculiere domein. Terwijl volgens velen de secularisatie een proces van pacificatie was, waarin het gewelddadige potentieel van het christendom werd beteugeld, redeneert Milbank precies andersom. In het afstand nemen van het christendom, als een willekeurige godsdienstige identiteit, moet de staat de aard van het samenleven bepalen. Aangezien het liberalisme hier geen inhoudelijke uitspraak over kan doen, wordt de aard van de politiek formeel en procedureel. Milbank vergelijkt dit met een spiegelzaal, die alles oneindig representeert, maar die in het midden leeg is. De verschillende ideologieën van de 18e en 19e  eeuw (nationalisme, historisme) ziet Milbank als surrogaten om deze leegte op te vullen. Juist de secularisatie maakt op deze wijze de sacralisatie van het politieke mogelijk, zoals in het marxisme, fascisme en nazisme ook gebeurd is.

De claim dat het liberalisme een vreedzame co-existentie van verschillen mogelijk maakt, wordt door Milbank dus weersproken. Het liberalisme is niet zozeer het antwoord op (religieus) geweld, maar structureert voor het eerst de aard van het samenleven als competitie en strijd, zoals vooral bij Hobbes het geval is. De secularisatie te verstaan als een pacificatie van de westerse samenleving is alleen mogelijk vanuit het vooroordeel dat de religie obscuur is en latent gewelddadig, terwijl het sociale transparant is en rationeel. Milbank ziet de postmoderniteit als het moment om de rol van de religie te heroverwegen De postmoderne doelloosheid zou juist gebaat kunnen zijn bij een meer substantiële benadering van politiek en economie. Een tweede karakteristiek van het denken van Milbank over gerechtigheid is dat van meet af aan in het moderne denken, de gerechtigheid onder druk staat. Het liberalisme – uiteindelijk de meest succesvolle loot van de Verlichting – was geen antwoord op het vermeende onderdrukkende karakter van het christendom, maar structureerde nu juist het samenleven als competitie en concurrentie voortkomend uit vermeende natuurlijke behoeften.

Velen zullen de kritiek van Milbank op het liberalisme delen en vanuit deze kritiek kiezen voor het socialisme. De bevrijdingstheologie kwam in de jaren zestig op en sloot nauw aan op neomarxistische analyses van het kapitalisme. Milbank vindt dit geen begaanbare weg. Volgens hem wordt in de bevrijdingstheologie de christelijke sociale leer ondergeschikt gemaakt aan een meer universeel principe van bevrijding en emancipatie. Juist hier werkt Milbank uit wat gerechtigheid betekent.

Volgens Milbank is er een probleem met een christelijk Marxistische verbinding van geloof en socialisme. In het christelijk marxisme komt vrijheid in de plaats van gerechtigheid en dialectiek in de plaats van ethiek. Christelijk marxisme gaat ervanuit dat er een utopisch punt is waarop mensen bevrijd zullen zijn van alle heteronomie. Dit doel heiligt de middelen en de ethiek wordt aan dit proces ondergeschikt gemaakt. In de lijn van de socialist Proudhon pleit Milbank voor de prioriteit van de gerechtigheid. Gerechtigheid kan niet ondergeschikt worden gemaakt aan de gemeenschap. De politieke gemeenschap is daar waar gerechtigheid wordt gedaan. Om waarlijk gerechtigheid te kunnen doen is het niet voldoende de onderdrukkende aspecten van de samenleving te weerstaan. Het gaat Milbank om een meer oorspronkelijke aanname waarin `het sociale’ zelf al als een seculier domein wordt verstaan dat nadrukkelijk als alternatief voor het christelijke begrip van gemeenschap is bedoeld. Elke poging om eerst een seculier domein, een samenleving te omschrijven — waarin de kerk dan een plaats zou toekomen — miskent dat het christelijk geloof zelf reeds een samenlevingsvorm, een sociale theorie is.

Is Milbank een christelijk-sociaal denker? Het bovenstaande doet vermoeden dat Milbank geen heil meer verwacht van het socialisme. Milbank schrijft nadrukkelijk in de context van een crisis van het socialisme. Het huidige welvaartssocialisme is in niets meer te onderscheiden van kapitalisme. Dit is niet verwonderlijk, omdat zowel het socialisme als het kapitalisme theorieën zijn die het menselijk handelen verklaren vanuit economische verhoudingen. Toch is Milbank pleitbezorger van een vorm van socialisme. Als er één aspect is van het socialisme dat Milbank waardeert is het wel dat de gemeenschap primair is en niet het individu, zoals in het liberalisme. In zijn spreken over het socialisme benadrukt Milbank dat het oorspronkelijke socialisme juist sterk christelijk geïnspireerd was. Het is deze lijn van denken die Milbank — vooral in het spoor van John Ruskin – exploreert.

Wat kunnen wij met het denken van John Milbank voor een hedendaagse christelijke politiek? In een reactie op de gereformeerde theoloog James Smith[4] kritiseert hij de eenzijdigheid van een Kuyperiaanse lijn in het denken over christelijke politiek. In het neocalvinisme vinden we een nadruk op de onderscheiding van levenskringen. In een tijd van voortschrijdende secularisatie kan dit ertoe leiden dat christenen zich opsluiten in hun eigen kring en de samenleving als geheel uit het oog verliezen.

Een tweede punt van belang is dat Milbank sterk historisch denkt. In het neocalvinisme wordt juist statisch gedacht in termen van schepselmatige kringen. De secularisatie komt hierdoor niet scherp in beeld als kernprobleem van de christelijke politiek. Heeft het christendom algemene relevantie, of is het slechts de overtuiging van een minderheid?

Milbank doorbreekt een traditioneel links – rechts denken en laat zien dat een waarlijk christelijk-sociaal denken deze vertrouwde distincties overstijgt. Hoewel Milbank een vorm van christelijk socialisme nastreeft, staat hij in Groot Brittannië,  met zijn nadruk op traditionele waarden en gemeenschappen, juist dichter bij de huidige conservatieve regering. Zijn leerling Philip Blond wordt zelfs gerekend tot de kring van adviseurs rond de Britse premier David Cameron.[5]

Een christelijk-sociaal denken zal volgens Milbank primair een kerkelijk denken zijn, vanuit de gemeenschap die de kerk reeds is, worden verbindingen gelegd met de cultuur. Het gaat om de zichtbare aanwezigheid van de kerk in deze wereld. Deze meer theocratische lijn van denken is volgens mij de belangrijkste uitdaging voor het huidige christelijk-sociale denken.


[1] John Milbank, Against the Resignations of the Age. In:  McHugh, Francis P. en Natale, Samuel M. (red.) Things old and New. Catholic Social Teaching Revisited.  (Lanham: University Press of America. 1993)

[2] Over het verband van postmoderniteit en seculariteit publiceerde ik eerder dit jaar mijn dissertatie, waarin ik naast Milbank ook het denken van Richard Rorty en Gianni Vattimo analyseer.  Zie: Henk-Jan Prosman, The Postmodern Condition and the Meaning of  Secularity. A Study on the Religious Dynamics of Postmodernity. (Utrecht: Igitur Publishing 2011). url: http://www.uu.nl/igitur

[3] John Milbank, Theology and Social Theory. Beyond Secular Reason. (Londen: Blackwell 1990)

[4] Zie voor deze gedachtenwisseling: James K.A. Smith. Introducing Radical Orthodoxy. Mapping a post-secular theology. (Grand Rapids: Baker Academic, 2004)

[5] Jan Tromp, Terug naar de romantische politiek. Een interview met theoloog Phillip Blond. In: De Volkskrant 5 juni 2010. Blond schreef een boek met de veelzeggende titel Red Tory.

Dit artikel verschijnt in het januari nummer van Denkwijzer.

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive