Het einde van de christendemocratie.

De christendemocratie is dood. Ze was natuurlijk al lange tijd krakkemikkig, maar er was altijd nog de inzet van de christelijke traditie. Het CDA, waarin iets naklonk van de Katholieke sociale leer, een zweem van Gereformeerd zelfbewustzijn. Een traditie waar je in de politieke praktijk eigenlijk toch niet echt omheen kon. Dat is nu echt voorbij. Het kabinet Rutte – Samsom pakt de draad van de drie paarse kabinetten op.

Rutte_Samsom

Een politiek zonder hapering, zonder gevecht. Het pragmatisme van Stef Blok, die niet houdt van overleggen, maar daadkrachtig zegt: “Geef me de spreadsheets maar.”   Trouw schrijft na de onderhandelingen van VVD een PvdA: “Dapper akkoord zonder taboes.”  Is het taboe niet per definitie verbonden met de ervaring van het heilige en de grens die je ergens moet stellen. En is dat niet juist wat deze post-christelijke politiek ons garandeert, als was het een geruststelling: het heilige ligt definitief achter ons, wij zullen nooit meer een grens trekken? Is dit een dapper akkoord of het voorspelbare resultaat van een onderhandeling tussen twee partijen voor welke er geen taboes meer zijn?

Het gaat mij overigens niet alleen om het heilige, al heeft dat er denk ik wel mee te maken. Het gaat er vooral om dat de christendemocratie een theorie had over de eigen waarde van het samenleven. Liberalisme en socialisme — zeker in de post-ideologische vorm waarin we ze vandaag de dag kennen — zijn economische theorieën die het menselijk handelen en samenleven altijd herleiden tot economische motieven. De christendemocratie had toch oog voor de waarde van het sociale in zichzelf. Dát besef verdwijnt. Nederland is wat Bart Jan Spruyt eerder deze week noemde: een sociaal-liberale éénpartijstaat. We beginnen nu pas te beseffen dát het ook nergens meer om gaat. Dat politiek ook niet om keuzes draait, maar om het anticiperen op ontwikkelingen die nu eenmaal onvermijdelijk zijn. Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze een gevoel van machteloosheid hebben en niet het idee hebben dat de politiek in staat is om besluiten te nemen. Dat is de ironie van het liberalisme. De golf van liberalisering leidt helemaal niet tot meer vrijheid, maar leidt tot apathie omdat de samenleving steeds meer gevormd wordt naar het model van de markt. Het neo-liberale kapitalisme is de meest verfijnde en meest consequente uitwerking van de secularisatie. Niet alleen God is dood. Nu zijn ook de natie-staat, de arbeid, de religie onderhandelbaar.

De vrijheid van het liberalisme is een vitale illusie.  Illusies die wij zelf oproepen om de kaalslag niet te hoeven zien. Barack Obama is ook zo’n simulatie, de perfecte simulatie van rechtvaardigheid. Het tegenbeeld van de zo verfoeide Bush jr. Maar het is een tegenstelling die binnen het neo-liberale systeem wordt geproduceerd. Obama roept beelden op van de politieke strijd van Martin Luther King. De nostalgie van profetisch verzet, ingekapseld door de neo-liberale status quo waar Obama zelf een exponent van is. De suggestie van revolutie, die de vooronderstellingen van het politiek-economisch bestel nooit zal aantasten. De nobelprijs voor de vrede — eerst voor Obama en nu voor de EU — legitimeren de liberalisering en zeggen wat niemand zonder gêne durft te beweren; dat op deze weg de vrede en de gerechtigheid worden gediend. Overigens denk ik niet dat het CDA nu garant staat voor deze gedachte. Vaak slagen anderen er beter in om de waarde van het sociale te verwoorden. Ik verlang terug naar Jan Marijnissen. Met een vraag kon hij elke politieke opponent in verlegenheid brengen: “Beste meneer, leg me nu eens uit: ‘Welke visie op de samenleving zit hier nu achter?’ Dat is een vraag die we ons nu meer dan ooit moeten stellen.

ontwikkeld door Accent Interactive