Neo-liberalisme volgens Noreena Hertz

Economisch beleid is niet langer iets voor grijze pakken. Anno 2005 domineren verontwaardigde popsterren de discussie over een rechtvaardige wereldeconomie. Er zijn massale protesten en natuurlijk de tegendraadse econome Noreena Hertz. Zij vindt dat globalisering niet alleen een steeds groeiende markt is, maar veel meer een steeds groeiende verantwoordelijkheid. Vooral voor de Derde Wereld. Econome Noreena Hertz is er in geslaagd om een breed levende onvrede onder woorden te brengen. Onvrede over een steeds vrijere wereldmarkt, die maar niet in staat is het lot van de armen te verbeteren. In haar boek De Stille Overname uit 2001 en haar laatste boek IOU (I owe you); Het gevaar van de internationale schuldenlast uit 2004 stelt zij in heldere en bevlogen taal een aantal alarmerende ontwikkelingen aan de kaak.

In De stille overname beschrijft de Britse enkele ontwikkelingen die de huidige internationale verhoudingen bepalen. Ze zet uiteen hoe een golf van liberalisering bedrijven steeds machtiger heeft gemaakt en overheden steeds verder heeft gereduceerd tot de instantie die alleen de politieke kaders van de bedrijven hoeft te garanderen. Dit zogenaamde neoliberalisme wordt over alle partijpolitieke grenzen heen gevierd als de beste garantie voor vooruitgang. Hertz’ belangrijkste bezwaar is dat door een steeds groeiende macht van bedrijven, de politiek onmachtig wordt. Mensen keren zich af van de politiek, omdat de overheid niet meer kan doen wat de burger van haar verwacht. Door een toenemende globalisering en liberalisering worden overheden steeds afhankelijker van bedrijven en komen juist de ethische aspecten van de economie in de verdrukking.

Hertz is dus niet tegen globalisering als zodanig, wel tegen een eenzijdige globalisering die daaronder alleen verstaat dat wereldwijd een vrijemarkteconomie naar westers model moet worden ingevoerd. Zij keert zich tegen een idee van globalisering die vooral economisch is en de sociale en ethische aspecten verwaarloost. De belichaming van ‘globalisering als privatisering’ is de in 1995 opgerichte Wereldhandelsorganisatie (WTO). De econome betoogt dat de regelgeving van deze organisaties de armste landen zeer kwetsbaar maakt voor de ambities van bedrijven uit het Westen. De kwalijke rol van de WTO en het IMF is uitgewerkt in Hertz’ tweede boek, dat meer specifiek ingaat op de schuldenlasten van derdewereldlanden. Zelfs nu nog, schrijft Hertz in IOU, wordt er bij kredietverstrekkingen door het IMF stilzwijgend op aangedrongen om eigen bijdragen te heffen op elementaire gezondheidszorg, worden regeringen geacht te korten op uitgaven aan sociale voorzieningen en sociale infrastructuur en moeten arme landen hun markten openstellen, terwijl de rijke landen hun markten afschermen. Bovendien wordt er van de landen verwacht dat vitale onderdelen van de economie worden geprivatiseerd. Dit laatste betekent vaak een uitverkoop, zoals de privatiseringsgolf in de voormalige Sovjet-Unie heeft laten zien.

Kwijtschelding
Het verhaal van de schuldenlasten dat Noreena Hertz vertelt, is een onophoudelijke tragedie van gigantische leningen aan corrupte regimes, zoals dat van Mobutu in het toenmalige Zaïre. Leningen die ook na het vertrek van de dictator nog elke economische vooruitgang frustreren. Het is het verhaal van de speculaties met staatsschulden op de Amerikaanse beurs. Waardevol is de aandacht die Hertz vraagt voor de rol van de ECA’s, de zogenaamde export-krediet-agentschappen. Dit zijn commerciële geldverstrekkingen van banken die gedekt worden door de overheden van de westerse landen. Geen enkel risico dus voor de agentschappen. Niet de westerse overheden, maar de ECA’s zijn de grootste schuldeisers van de Derde Wereld! Sinds het einde van de jaren negentig klinkt het protest tegen de schuldenlasten van de Derde Wereld steeds heviger. De kerken hebben een Jubeljaar-campagne in gang gezet. En miljoenen mensen zagen onlangs de Live8-concerten voor schuldenkwijtschelding. Hertz deelt de zorg en de inspanningen van de Jubeljaar-campagne en ze trekt samen op met U2-zanger Bono. Toch is zij gematigd positief over de vorderingen die gemaakt zijn. Het gaat haar voortdurend om kwijtschelding, geen lastenverlichting. Bovendien is het haar om een veel groter aantal landen te doen dan de achttien armste landen die bij de laatste G8 in Edinburgh aan de orde zijn gekomen. Te veel landen blijven betalen, ook in de meest schrijnende gevallen. Met de beelden van de hongersnood in Niger op het netvlies is het wrang om te lezen dat de overheid van Niger nog steeds meer geld uitgeeft aan aflossing van schulden dan aan elementaire gezondheidszorg.

Bad governance
Maar hoe nu verder? Is econome Hertz in staat met alternatieven te komen, na het door haar zo verfoeide wereldwijde vrijemarktdenken? Hertz denkt aan politiek uitvoerbare criteria. In IOU komt zij met een aantal criteria die uit zouden moeten maken onder welke voorwaarden landen geld zouden mogen lenen en ook kunnen beslissen over de betalingsverplichtingen over vroeger aangegane leningen. Leningen zouden als illegitiem beschouwd moeten worden als zij niet met democratische instemming zijn aangegaan en de geldverstrekker wist dat het geld op een verkeerde manier werd gebruikt. Hertz stelt vervolgens voor om ook kwijt te schelden: (a) wanneer een land als gevolg van zijn betalingsverplichtingen niet meer in staat is het minimaal vereiste niveau van voedsel, water en gezondheidszorg te garanderen of (b) genoodzaakt wordt het milieu te vernietigen of (c) door de opgelopen schulden ook niet meer in aanmerking komt voor hoognodige humanitaire hulp. Het is schokkend om te lezen dat dit soort zaken anno 2005 nog geregeld moeten worden. Een zwak punt in het betoog van Hertz is de rol van de overheden van de arme landen. Aan de ene kant verwijst zij de overheid naar de prullenmand. Maar als zij de toekomst van deze landen bespreekt, de wederopbouw na de kwijtschelding, veronderstelt zij voortdurend een sterke, integere overheid. Het probleem van ‘bad governance’ blijft onderbelicht. Het Afrika van Hertz heeft altijd het gezicht van het hongerlijdende kind en nooit dat van de kwaadwillende dictator. De oplossing die de econome aandraagt is pretentieus. Er zouden in de ontwikkelingslanden speciale trusts in het leven moeten worden geroepen, waarin voornamelijk maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn, die een goede besteding garanderen van de door kwijtschelding vrijgekomen gelden.

Wiens schuld?
Op momenten lijkt de Britse schrijfster de rol van econome achter zich te laten en komt zij in het vaarwater van het oorspronkelijke religieuze Joodse protest tegen onrecht. Zij spreekt van een westerse wereld die ‘moreel bankroet’ is, die medeplichtig en schuldig is door niets te doen, terwijl er zich een genocide voltrekt. Dit is niet de meest ontwikkelde lijn in haar denken, maar toch… wie spreekt er nog over schuld, wie spreekt er over gerechtigheid en verzoening als het gaat om economisch beleid. Als alle voors en tegens van de schuldenlasten zijn besproken, is dat toch de meest beklemmende vraag: Hoe kunnen wij in het Westen, met die schuld leven?

Literatuur:
Noreena Hertz, IOU, Contact, 2004
Noreena Hertz, De stille overname, Contact, 2004

ontwikkeld door Accent Interactive