De toga van de predikant

Op 4 maart werd ik bevestigd als predikant van de Protestantse Kerk. De gelegenheid van zo’n dienst stelt je voor veel vragen. Bijvoorbeeld over de liturgische gebruiken, de formulieren die worden gelezen etc. Eén van de lastigste vragen: draag ik een toga? En zo ja, wat voor een?

Je komt er al gauw achter dat de PKN maar heel weinig voorschrijft en de predikant heel veel keuze laat. Waar de predikant helemaal wordt vrijgelaten is in de keuze voor de ambtskleding. Of je er nu gaat staan in vrijetijdskleding, pak of toga, het is de kerk om het even. (Hoewel, het nieuwe dienstboek heeft de mogelijkheid om het omhangen van de stola als een onderdeel van de bevestiging te vieren en daarmee wijst het dienstboek in de richting van het lichte ambtsgewaad met de stola daar overheen.)

Aan de ene kant is de vrijheid die je als predikant hebt een groot goed, aan de andere kant kun je ook het gevoel hebben dat het het kerk zijn heel erg een kwestie van persoonlijke keuzes en voorkeuren maakt. Iedereen knutselt zijn eigen vieringen, ambtsopvattingen en rituelen in elkaar, waardoor die eerder het product worden van onze creativiteit dan dat zij verbeeldingen zijn van een traditie die ons draagt. In de praktijk leidt dat ertoe dat er vrijwel alleen maar gecompromitteerde tradities bestaan. Laat mij dit verhelderen aan de hand van mijn eigen keuze.

Het was mij al vrij snel duidelijk dat de zwarte toga geen optie was. Wat doet het sombere zwart in de liturgie? Bovendien is de zwarte toga vooral een teken van academische waardigheid en deze opvatting doet vooral opgeld in de 19e eeuw, waarin de predikant zich graag schaart in het rijtje van de professor, de rechter en de advocaat. Een studie van dr. Maarten Aalders, waarvan u op zijn site een samenvatting aantreft laat zien dat tot in de achttiende eeuw de predikant de kleding van de hogere burgerij droeg: mantel en bef. De keuze voor mantel en bef dan wel toga had maar weinig met theologische of liturgische motieven te maken had.

De tweede optie waar ik over heb nagedacht was het witte kleed dat haar oorsprong heeft in de voor-reformatorische kerk. In de 20e eeuw kwam er in de Hervormde Kerk — mede door de Van der Leeuwstichting — weer belangstelling voor de voor-Reformatorische tradities. Ten onrechte wordt deze liturgische bewustwording door velen afgedaan als Roomse poespas. Het gaat juist om de ongedeelde, katholieke kerk, waar ook de Protestantse Kerk in Nederland een gestalte van is. Ik heb veel sympathie voor deze traditie, maar ook enkele bezwaren. Aalders merkt op dat  “… de liturgische kleding nauw verbonden is met de organisatie van de laat-romeinse en vroeg-middeleeuwse samenleving, met de rooms-katholieke hiërarchie en met de misoffertheologie.” Mijn indruk is wel dat veel dominees de liturgisch-esthetische krenten uit de pap pikken, maar de daarbij behorende theologie en ambtsvisie grotendeels negeren. Verder is er een praktisch bezwaar met de invoering van het gewaad en de stola. Ook dit is een compromis. In de katholieke traditie is de albe eigenlijk het onderkleed. Daarover draagt de priester een mouwloos kazuifel, en daarover komt dan de stola. Ja, zo wordt het ambt wel weer heel zwaar. Dus de protestantse dominee beperkt zich tot onderkleed en stola en zo staat de voorganger ook wel een beetje in zijn hemd. Ik voel dus heel veel voor deze meer katholieke vormgeving van het ambtsgewaad, maar ik realiseer me tegelijk dat deze altijd heeft gefunctioneerd in een episcopale (bisschoppelijke) kerk, waar ik eenvoudigweg geen deel van uitmaak.

Toen ik nadacht over de toga die bij mij zou passen realiseerde ik dat er ontzettend veel kerken en voorgangers zijn die niet in deze verdeling van liturgische vs. klassiek zwart vallen. Die graag een mooi pak dragen, maar in de liturgie graag een gewaad. Elders op mijn site staat Kaj Munk in een blauwe toga met open boord, meer een stofjas dan een toga eigenlijk. Ik moest denken aan Martin Luther King die ook geregeld een toga droeg, terwijl hij wel de laatste is die je op hoog-ambtelijke ideeën kon betrappen.  Het valt me trouwens op dat in de zwarte kerken in de Verenigde Staten er een veelkleurigheid is aan liturgische gewaden. Kijk maar eens naar rev. Marvin Winans die de uitvaartdienst van Whitney Houston leidde. (http://www.youtube.com/watch?v=6sdnf_5NG34) Blijkbaar zijn er ook buiten de ons zo vertrouwde tweedeling van klassiek zwart en liturgisch wit nog voldoende varianten mogelijk.

Ik ben dus zo vrij geweest om me te scharen bij deze wat traditieloze togadragers. Ik heb gekozen voor een eenvoudig ambtsgewaad in een diepe blauwe kleur, zonder bef en met een open v-hals. Het enige dat ik er mee wil laten zien is: Ik sta hier niet zozeer als privé persoon, maar als ambtsdrager. Het is mijn stofjas als ik bezig ben aan de liturgische werkbank. En het is ook wel een verwijzing in de richting van het lerende ambt. Ik ben geen priester, maar een dienaar van het woord. En bij zo’n lastige keuze geldt dan ook weer de postmoderne vuistregel dat je je er prettig bij moet voelen. En dat doet het.

De lezenswaardige artikelen van dr. Maarten Aalders staan op zijn website www.mjaalders.nl

http://www.mjaalders.nl/wetenschappelijk-werk-othermenu-33/publicaties-op-het-web-othermenu-38/116-de-komst-van-de-toga

http://www.mjaalders.nl/journalistiek-werk-othermenu-31/34-kerkelijke-kleding

Twitter: prosmania
ontwikkeld door Accent Interactive