In doeken? Een herberg? In een stal? Vragen bij Jos de Heers uitleg van Lucas 2:7

“In doeken gewikkeld.” Deze woorden die tweemaal gebruikt worden in het Lucas evangelie, behoren tot het standaard repertoire van de populaire voorstelling van de geboorte van Jezus in de stal van Bethlehem. En al even standaard is de bezonnen preek van de dominee die de gemeente nog maar eens uitlegt dat het zó in werkelijkheid niet is gegaan. Nu is het geen doel op zich om een geliefde voorstelling te vertstoren. Maar in de kerstpreek komt het er op aan om juist die vertrouwde woorden zorgvuldig te lezen. Dan ontneem je mensen niets, maar komt de tekst juist tot leven. Jos de Heer heeft veel waardevols te zeggen in zijn commentaar Lucas / Acta. De oorsprongen van het geloof. Je verwacht een nauwkeurig commentaar, het gaat immers om de ‘oorsprongen van het geloof’. Wie het commentaar gebruikt voor zijn kerstpreek, komt gauw tot de ontdekking dat de auteur gehecht is aan de kerststal. Hoe grondig hij ook leest, de stal, de herberg, de os en de ezel, ze zijn niet weg te denken in dit commentaar.

rachel

Net als de os en de ezel, worden de doeken waarin het kind zou zijn gewikkeld niet genoemd in de tekst van Lucas. De schrijver van het derde evangelie gebruikt zelfs maar één woord ἐσπαργάνωσεν en ik denk dat we dat het beste kunnen vertalen met: ‘En zij omhulde hem’. Het is opvallend dat Jos de Heer wel signaleert dat er in dit vers meer aan de hand is dan een huishoudelijke mededeling, maar hij is zo aan de doeken gehecht, dat hij ze tussen haakjes in de vertaling opneemt. Dat vind ik opmerkelijk. Je levert een vertaling of niet. Woorden die er niet staan,  invoegen tussen haken, is vlees noch vis. Deze wat lakse vertaling blijft hem achtervolgen. Want die doeken — die er dus niet zijn — worden verklaard vanuit de windsels in Wijsheid 7:4. In dit vers staan de doeken er wel, maar juist het werkwoord wikkelen, ontbreekt hier. Als De Heer weer terugkomt bij de kribbe, is het tafereel als vanouds. Het kindje wordt weer in doeken gewikkeld en daarmee is het een symbool voor ‘het normaal menselijke van zijn geboorte’. Verder lezend, kom ik er ook achter waarom De Heer de woorden laat staan in zijn vertaling. Hij heeft de doeken nog een keer nodig. Hij ziet een mooi verband met de begrafenis van Jezus. Daar staat dat Jezus in een linnen doek wordt gewikkeld. ἐνετύλιξεν αὐτὸ σινδόνι (Lucas 23:53). Als er al een verband is tussen deze teksten, het is in elk geval geen intertekstueel  verband.

Ook met de voederbak heeft De Heer nog grootse plannen. Die wordt uitgebouwd tot stal en die stal geeft weer aanleiding tot een excurs over de grot waarin Jezus geboren zou zijn. Verhelderend is het allemaal niet. De IZB uitgave Echo die deze week op de mat viel heeft een aardig stukje getiteld: ’10 fouten in het kerstverhaal.’ Daar lees ik: “Werd Jezus geboren in een stal? Nee, waarschijnlijk op de begane grond. …er was geen plaats in de ‘kataluma’, de huiskamer die gewoonlijk op de eerste verdieping zat.” Goed punt van de Echo. In de Septuaginta is de kataluma nooit een herberg. Maar Jos de Heer hecht aan de tegenstelling herberg en stal. En die stal was in een rots, want: ‘De reeds uit de tweede eeuw stammende, onafhankelijk van Lucas, stammende traditie dat de Geboortekerk een in Bethlehem op een grot gebouwd was, steunt deze interpretatie.” Geen herberg, geen stal, wel weer veel gezochte verbanden. De Heer’s omgang met deze tekst getuigt van een zekere willekeur. Vertrouwde beelden worden wat omslachtig in stand gehouden, terwijl woorden die om opheldering vragen onbesproken blijven. Bij dit laatste denk ik onder andere aan de betekenis van de engelen en vooral het ‘hemelse leger’ uit vers 13. Deze nonchalante omgang met de bijbel raakt steeds meer ingeburgerd in de kerken, niet in de laatste plaats door de nieuwe bijbelvertaling. Als we Lucas 2 in de NBV lezen, dan wordt kataluma niet alleen vertaald als nachtverblijf, maar wordt daar aan toegevoegd: ‘van de stad’.

Het is mogelijk dat niet zozeer het boek Wijsheid, maar het boek Job een achtergrond is voor Lucas. Ik moet daarbij vooral denken aan de hoofdstukken 38 en 39. Ook daar zijn we getuige van een geboorte. De aarde baart de  zee en God omhult haar in nevelen. Dat is het zelfde woord als in Lucas 2. Mogelijk is het meer dan toeval, dat ook het woord voor kribbe of voederbak (φάτνη),  dat Lucas gebruikt, ook in Job 39 wordt gebruikt. Daar treffen we ook de os en de ezel aan. Natuurlijk wisten we al dat die niet in de kerststal horen te staan, maar het is toch aardig om te noemen. Bij Jos de Heer staan de os en de ezel weer voor eenvoud, het schorriemorrie, maar in Job zijn de os en de ezel beelden voor de schepping die vol geheimenis is. Er zijn vertalingen die spreken van de oeros en voor de ezel opvatten als eenhoorn. Kijk, dan zijn we helemaal weg bij het schorriemorrie en zitten we in de sfeer van de mythologische taal van de schepping. De kribbe en het omhullen staan in Job voor Gods scheppingsmacht. Dat is denk ik de reden dat Lucas die woorden hier gebruikt. Het is dezelfde ondoorgrondelijk macht van God, die eens de sterren aan de hemel plaatste, die nu werkt in de geboorte van dit kind, wiens naam genoemd werd door een engel, nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen. De sterren, de engelen, de hele schepping wijzen de weg naar de oorsprong van het licht. De geboorte van de Messias is als de eerste dag, toen het licht geschapen werd en de zonen Gods juichten. Ook in de kerstnacht barsten deze zonen Gods weer uit in gejuich. Het zou goed kunnen dat Lucas ook hier uitgaat van het boek Job. De Septuaginta spreekt van engelen die juichen: ᾔνεσάν με φωνῇ μεγάλῃ πάντες ἄγγελοί μου (Job 38:7). Het kind zal gebaad hebben in het licht. En daarom omhult Maria hem. Het geheimenis van Gods macht wordt voor wijzen verborgen, maar aan kinderen geopenbaard.

Het is niet mijn bedoeling om hier enkel op die opvallende woorden te wijzen en subtiele verbanden te zien tussen de Griekse bijbel die Lucas gebruikte en het verhaal in Lucas 2 over de geboorte van Jezus. Deze woorden functioneren als motieven in het verhaal dat Lucas vertelt. In de uitleg van Lucas gaat het voor Jos de Heer om de bronnen van het geloof. Mijn eerste vraag is dan, wat waren de bronnen van Lucas? Het primaat ligt dan in de Hebreeuwse bijbel en de Septuaginta. Hoezeer ook andere factoren een rol zullen hebben gespeeld, het evangelie verhoudt zich primair tot het woord van God zoals Israël dat ontvangen heeft en richt zich ook tot Israël. Lucas verhaalt, dat achter de geboorte, het optreden van Jezus, zijn wonderen en woorden, de macht van God zichtbaar wordt over de wereld. Het woeden van volken en koningen, de macht van de demonen en de stand der sterren, zijn het materiaal waarmee God de verlossing van Israël bewerkt.

Jos de Heer, Lucas / Acta. De oorsprongen van het geloof. (Zoetermeer, 2006)

Steve Walton, ‘The heavens opened’: Cosmological and theological transformations in Luke and Acts. In: Jonathan T. Pennington and Sean M. McDonough, Cosmology and New Testament Theology. (Londen, 2008)

IZB, Echo, issn 0012-9119

ontwikkeld door Accent Interactive