Waarderende gemeenteopbouw

Wanneer een gemeente een beleidsplan wil maken, is het belangrijk om goed na te denken over de grondtoon van het beleid. Juist in een tijd van kerkverlating kunnen onzekerheid en teleurstelling een grote rol spelen in een kerkenraad en gemeente. De grondtoon is dan negatief. Volgens de theoloog Jan Hendriks is het doorbreken van deze negativiteit het belangrijkste in het werken aan de opbouw van een gemeente. Hij noemt dit Waarderende Gemeenteopbouw.

20130730_162758 (3)

Voor waarderende gemeenteopbouw is het nodig om zicht te krijgen op de uitgangspunten van beleid. Welke toon maakt de muziek? Het loont de moeite om daar eens over in gesprek te gaan, want het werkt in alle activiteiten door. In veel gesprekken over de kerk gaat het over de problemen die er zijn. In beleidspannen lees je dan vaak over de zorgen, conflicten die vermeden moeten worden en de vraag hoe we de jeugd weer terugkrijgen. We zijn probleemgericht. Tegenover de weg van de ‘probleemoplossing’, stelt Hendriks de weg van de waardering. Het verschil met de weg van de probleemoplossing is dat we niet problemen centraal stellen, maar het goede zien dat we al hebben en leren onze verlangens te verwoorden. Spreken we wel eens onze waardering uit voor het vele vrijwilligerswerk, de inzet van ouderlingen en diakenen en de enorme betrokkenheid van gemeenteleden?  Het is een valkuil om altijd maar weer te spreken over het tegenvallende kerkbezoek of te mopperen over wat ons niet zint.  Het kost vaak meer moeite om iets positiefs te zeggen, een woord van geloof te spreken of elkaar te wijzen op een inspirerende kerkdienst.

De waarderende  methode wil juist die positieve ervaringen gebruiken om het beleid vorm te geven. Dat verloopt in zes stappen:
1: Verzamelen van positieve ervaringsverhalen, ervaringen die we op het spoor komen door elkaar te vragen:  ‘Wat is voor u het meest waardevolle in de gemeente?’
2: Verdiepen. Wat is de kern van die ervaringen? Vaak komen er dan woorden naar voren, als ontmoeting, verwondering, etc. Dat zijn de bouwstenen voor het beleid.
3: Verbeelden. Als we met die bouwstenen zouden werken, hoe zou onze kerk er dan uitzien?
4: Vormgeven. Wat is er voor nodig om dat te realiseren? Wat betekent dat voor de kerkenraad, het aanbod, de diensten etc.
5: Verbinden. Beleid is niet iets van papier of van een commissie. Zorg ervoor dat mensen deze visie delen, er aan mee werken en elkaar er op aan kunnen spreken.

Hendriks constateert dat in veel gemeentes een klimaat van angst heerst. En daar zijn natuurlijk redenen voor. Maar als angst en bezorgdheid de sfeer bepalen in een kerk, worden de problemen alleen maar groter. Het proces zoals Hendriks dat voorstelt wil het vertrouwen de sfeer laten bepalen. Als we weten wat ons op een positieve manier verbindt, verandert de sfeer. Dat betekent niet dat het alleen maar om de sfeer gaat. Het is ook belangrijk dat we samen in gesprek zijn over onze identiteit als christelijke gemeente. Die identiteit wordt niet alleen bepaald door wat de dominee van de preekstoel zegt. Het is juist belangrijk dat de gemeenteleden dit ook kennen als iets van henzelf.

In de waarderende gemeenteopbouw ligt erg de nadruk op de organisatie en gedeelde visie. Veel van de termen zullen ook gebruikt worden door managers in het bedrijfsleven. Dat is op zich niet verkeerd. Een risico van deze benadering is dat de ervaring van mensen te belangrijk wordt. Een gemeente kan niet haar eigen identiteit bepalen. Een veranderingsproces in een gemeente is ook een leerproces, waarin we vanuit de bijbel leren wat het betekent om christelijke gemeente te zijn. Dat komt in het boek van Hendriks niet nadrukkelijk aan de orde. Voor een gemeente die het beste van deze benaderingen weet te combineren, heeft het boek wel veel te bieden.

Jan Hendriks, Goede Wijn. Waarderende gemeenteopbouw. Uitgeverij Kok 2013.

Op de website waarderendegemeenteopbouw.nl staat meer informatie en ervaringen van gemeentes waar met dit model gewerkt wordt.

ontwikkeld door Accent Interactive